18 juli 2026
Scriptie schrijven van A tot Z: een compleet stappenplan
Een scriptie schrijven is een lang proces dat uit verschillende fases bestaat. Je begint meestal met een plan van aanpak of onderzoeksvoorstel. Daarin werk je onder andere je onderwerp, probleemstelling, onderzoeksvragen en methode uit.
Pas wanneer je voorstel is goedgekeurd en je een go hebt gekregen, kun je echt aan de slag met je onderzoek. Daarna volgen de dataverzameling, analyse, resultaten, conclusie en eventuele aanbevelingen of het uitwerken van een beroepsproduct.
Tegelijkertijd krijg je vanuit je opleiding vaak maar een beperkt aantal begeleidingsmomenten. Soms is de begeleiding bovendien in groepsverband, waardoor er niet altijd voldoende tijd is om uitgebreid naar jouw eigen scriptie, vragen en feedback te kijken.
Juist daarom helpt het om het scriptieproces stap voor stap aan te pakken. In dit artikel nemen we je mee door het hele traject: van de eerste voorbereiding en het onderzoeksvoorstel tot het uitvoeren van je onderzoek, het inleveren van je scriptie, de verdediging en het verwerken van feedback.
Waar begin je als je een scriptie gaat schrijven?
Voordat je echt aan je scriptie begint, moet je eerst duidelijk hebben wat je opleiding van je verwacht. Vaak start je daarom niet direct met het schrijven van complete hoofdstukken, maar met een plan van aanpak, onderzoeksvoorstel of ander voorbereidend document.
In deze eerste fase werk je onder andere je onderwerp, probleemstelling, doelstelling, onderzoeksvragen en methode uit. Ook kijk je naar de haalbaarheid van je onderzoek en maak je een planning. Pas wanneer je voorstel is goedgekeurd en je een go hebt gekregen, kun je meestal beginnen met je dataverzameling.
Toch starten veel studenten al eerder met losse stukken tekst of verzamelen ze zoveel mogelijk bronnen. Dat voelt productief, maar kan later juist voor extra werk zorgen. Wanneer je onderwerp nog te breed is, je hoofdvraag niet scherp genoeg blijkt of je methode niet goed aansluit, moet je vaak grote delen aanpassen.
Begin daarom niet met zoveel mogelijk schrijven, maar met overzicht.
Zoek eerst uit:
- wat je opleiding precies van je verwacht;
- waarop je wordt beoordeeld;
- welk type afstudeeropdracht je maakt;
- welke documenten je vooraf moet inleveren;
- welke deadlines en beoordelingsmomenten er zijn;
- hoeveel begeleiding je vanuit je opleiding krijgt;
- of de begeleiding individueel of in groepsverband plaatsvindt.
Pak vervolgens de afstudeerhandleiding, rubric en planning erbij. Markeer de belangrijkste eisen en deadlines. Zo weet je niet alleen wat je moet opleveren, maar ook welke stappen je eerst moet zetten en waar je begeleider en beoordelaar straks op letten.
Wil je weten welke hoofdstukken meestal in een scriptie staan en hoe je de rode draad bewaakt? Lees dan onze aparte blog over de structuur van je scriptie.
Welk type afstudeeropdracht maak je?
Niet iedere student schrijft dezelfde soort scriptie. De stappen lijken vaak wel op elkaar, maar de nadruk verschilt per opleiding en afstudeervorm.
Hbo-scriptie
Bij een hbo-scriptie staat meestal een vraagstuk uit de beroepspraktijk centraal. Je onderzoekt wat er speelt binnen een organisatie, doelgroep of werkveld en werkt vaak toe naar een advies of toepasbare verbetering.
Het is belangrijk dat je onderzoek systematisch wordt uitgevoerd en dat duidelijk is hoe de uitkomsten bruikbaar zijn voor de praktijk.
Beroepsproduct
Bij een beroepsproduct ontwikkel je een concreet resultaat, zoals een training, adviesrapport, handleiding, werkwijze, communicatieplan, interventie of prototype.
Het beroepsproduct mag niet losstaan van je onderzoek. Je moet kunnen uitleggen:
- welk praktijkprobleem centraal staat;
- welke behoeften en randvoorwaarden je hebt onderzocht;
- welke ontwerpcriteria daaruit volgen;
- waarom je bepaalde ontwerpkeuzes hebt gemaakt;
- hoe het product is beoordeeld of getest.
Je laat dus niet alleen zien wat je hebt gemaakt, maar vooral waarom dit product passend en onderbouwd is.
Wo-bachelorscriptie
Bij een universitaire bachelorscriptie laat je zien dat je zelfstandig een afgebakend wetenschappelijk onderzoek kunt uitvoeren.
De nadruk ligt vaak sterker op wetenschappelijke literatuur, theoretische onderbouwing, methodologische keuzes en een kritische bespreking van de uitkomsten.
Masterscriptie
Bij een masterscriptie wordt doorgaans meer zelfstandigheid en inhoudelijke verdieping verwacht. Je onderzoek sluit aan op bestaande wetenschappelijke kennis en levert een bijdrage aan een specifiek vakgebied of debat.
Controleer altijd hoe jouw opleiding termen als scriptie, afstudeeronderzoek, beroepsproduct, ontwerpgericht onderzoek en verantwoordingsverslag gebruikt.
Stap 1: bekijk de eisen van je opleiding en maak een haalbare planning
Begin met de documenten van je opleiding. Lees niet alleen welke onderdelen verplicht zijn, maar kijk ook naar de planning van het volledige traject.
Let op:
- deadlines voor voorstel, concept en definitieve versie;
- momenten waarop je goedkeuring nodig hebt;
- beschikbare begeleidingsuren;
- eisen aan theorie en bronnen;
- eisen aan je onderzoeksmethode;
- regels voor privacy, toestemming en dataopslag;
- voorwaarden voor het beroepsproduct;
- eisen aan de presentatie of verdediging.
Maak vervolgens een globale planning voor de verschillende onderzoeksfasen.
Reserveer tijd voor:
- oriëntatie en afbakening;
- probleemanalyse;
- literatuuronderzoek;
- het opstellen en laten goedkeuren van je onderzoeksplan;
- het werven van respondenten;
- dataverzameling;
- analyse;
- schrijven en herschrijven;
- feedback verwerken;
- eindcontrole;
- voorbereiding op je verdediging.
Plan niet alles direct achter elkaar, maar bouw juist ook extra ruimte in voor vertraging. Respondenten kunnen afzeggen, goedkeuring kan langer duren en feedback kan om grotere aanpassingen vragen dan je vooraf verwacht.
Stap 2: kies een onderwerp dat relevant en haalbaar is
Een goed scriptieonderwerp is interessant, relevant en uitvoerbaar.
Veel onderwerpen zijn in het begin nog te breed. Denk aan duurzaamheid, werkdruk, inclusie, online marketing of klanttevredenheid. Binnen één scriptie kun je zo’n volledig thema niet onderzoeken.
Kijk daarom eerst naar de concrete context.
Vraag jezelf af:
- Welk vraagstuk speelt er?
- Voor welke organisatie of doelgroep is dit relevant?
- Welke kennis ontbreekt?
- Kan ik voldoende informatie verzamelen?
- Zijn geschikte respondenten, bronnen of data beschikbaar?
- Past dit onderzoek binnen mijn beschikbare tijd?
- Sluit het onderwerp aan op mijn opleiding?
Een breed onderwerp als duurzaamheid bij webwinkels kun je bijvoorbeeld verkleinen tot het gebruik van herbruikbare verpakkingen bij kleine modewebshops.
Probeer in deze fase nog niet direct een perfecte hoofdvraag te formuleren. Zorg eerst dat je begrijpt welk probleem of kennistekort mogelijk centraal staat.
Stap 3: baken je onderwerp af
Afbakenen betekent dat je bewust keuzes maakt over wat je wel en niet onderzoekt.
Dat kan lastig voelen. Je wilt misschien meerdere doelgroepen, oorzaken en oplossingen meenemen. Toch wordt je scriptie sterker wanneer je één duidelijke focus kiest.
Je kunt afbakenen op:
- doelgroep;
- organisatie of afdeling;
- branche;
- locatie;
- periode;
- product of dienst;
- fase van een proces;
- centraal begrip;
- theoretische invalshoek;
- soort beroepsproduct.
Stel dat je onderzoek wilt doen naar de werkdruk van zorgmedewerkers. Dan kun je je beperken tot pas afgestudeerde verpleegkundigen op twee afdelingen tijdens hun eerste werkjaar.
Door zo af te bakenen kun je gerichter literatuur zoeken, een beter passende methode kiezen en concretere conclusies trekken.
Stap 4: verken het probleem
Voordat je een probleemstelling en hoofdvraag opstelt, moet je begrijpen wat er precies speelt.
Bij een praktijkgericht onderzoek begin je vaak met een probleemanalyse. Je onderzoekt de aanleiding, betrokkenen, zichtbare gevolgen, mogelijke oorzaken en bestaande kennis.
Gebruik bijvoorbeeld:
- interne documenten;
- beleidsstukken;
- cijfers en rapportages;
- oriënterende gesprekken;
- wetenschappelijke literatuur;
- brancheonderzoek;
- eerder uitgevoerde evaluaties.
Probeer aannames te onderscheiden van feiten.
Een opdrachtgever kan bijvoorbeeld zeggen dat klanten afhaken omdat de website niet modern genoeg is. Dat is mogelijk, maar het is nog geen vaststaand onderzoeksresultaat. Misschien haken klanten af door onduidelijke prijzen, een lang aanvraagproces of een gebrek aan vertrouwen.
In deze fase ontdek je welk praktijkprobleem speelt en welk inzicht nog ontbreekt.
Stap 5: formuleer je probleemstelling en doelstelling
Na je verkenning vat je het centrale onderzoeksprobleem samen in de probleemstelling.
De probleemstelling beschrijft welk probleem of kennistekort centraal staat. De doelstelling maakt duidelijk wat je onderzoek moet opleveren.
Een praktijkprobleem kan bijvoorbeeld zijn dat nieuwe medewerkers de organisatie snel verlaten.
Het kennistekort is dat de organisatie niet weet welke ervaringen tijdens het inwerktraject bijdragen aan dat vertrek.
Een passende probleemstelling is:
Binnen organisatie X is onvoldoende bekend hoe nieuwe medewerkers het inwerktraject ervaren en welke knelpunten samenhangen met hun besluit om binnen het eerste jaar te vertrekken.
De doelstelling kan vervolgens zijn:
Het doel van het onderzoek is inzicht krijgen in de ervaringen en knelpunten van nieuwe medewerkers, zodat de organisatie het inwerktraject gerichter kan verbeteren.
Controleer of probleemstelling en doelstelling:
- over hetzelfde centrale vraagstuk gaan;
- voldoende zijn afgebakend;
- relevant zijn voor de opleiding of praktijk;
- haalbaar zijn binnen de beschikbare tijd;
- nog niet vooruitlopen op één vaste oplossing.
Stap 6: stel je hoofdvraag en deelvragen op
De hoofdvraag is de centrale vraag die je met je onderzoek wilt beantwoorden.
Een goede hoofdvraag is:
- duidelijk;
- onderzoekbaar;
- afgebakend;
- relevant;
- haalbaar;
- passend bij je onderzoeksdoel;
- logisch verbonden met de probleemstelling.
Bij het voorbeeld over het inwerktraject kan de hoofdvraag zijn:
Hoe ervaren nieuwe medewerkers van organisatie X het huidige inwerktraject en welke knelpunten hangen volgens hen samen met vroegtijdig vertrek?
De deelvragen beschrijven welke tussenstappen nodig zijn om tot het antwoord te komen.
Je kunt bijvoorbeeld onderzoeken:
- wat in de literatuur bekend is over effectief inwerken;
- hoe het huidige traject is ingericht;
- welke onderdelen nieuwe medewerkers als behulpzaam ervaren;
- waar zij tegenaan lopen;
- welke ondersteuningsbehoeften zij hebben.
Niet ieder onderzoek werkt met deelvragen. Bij toetsend onderzoek gebruik je soms hypothesen. Sommige opleidingen spreken over kennisvragen, praktijkvragen of ontwerpvragen. Gebruik de termen en eisen uit je eigen handleiding.
Stap 7: zoek en verwerk relevante literatuur
Literatuuronderzoek loopt vaak door meerdere fasen van je scriptie heen.
In de oriëntatiefase gebruik je bronnen om het onderwerp en probleem beter te begrijpen. Later gebruik je literatuur om begrippen te definiëren, theoretische inzichten te verzamelen, verwachtingen te formuleren en je resultaten te bespreken.
Zoek niet zonder plan naar alles wat met je onderwerp te maken heeft.
Begin met:
- centrale begrippen uit je onderzoeksvraag;
- mogelijke synoniemen;
- Engelse zoektermen;
- relevante modellen en theorieën;
- belangrijke auteurs;
- overzichtsartikelen;
- recente onderzoeken.
Beoordeel bij iedere bron of deze betrouwbaar en relevant is. Een bron kan interessant zijn, maar toch niet aansluiten op jouw specifieke doelgroep, context of onderzoeksvraag.
Verwerk bronnen bovendien niet als losse samenvattingen. Vergelijk inzichten en laat zien wat zij betekenen voor je eigen onderzoek.
Houd vanaf het begin alle brongegevens bij. Daarmee voorkom je dat je aan het einde publicaties opnieuw moet zoeken of onvolledige verwijzingen in je literatuurlijst hebt.
Stap 8: kies een onderzoeksmethode die bij je vraag past
Je kiest een methode op basis van de informatie die nodig is om je onderzoeksvraag te beantwoorden.
Wil je ervaringen, behoeften of motieven begrijpen? Dan past kwalitatief onderzoek vaak goed. Denk aan interviews, observaties of focusgroepen.
Wil je aantallen, verschillen of verbanden onderzoeken? Dan kan kwantitatief onderzoek geschikt zijn, bijvoorbeeld met een enquête, experiment of bestaande dataset.
Wil je beide combineren? Dan kun je kiezen voor mixed methods.
Werk je aan een beroepsproduct? Dan kan een ontwerpgerichte aanpak nodig zijn. Je onderzoekt dan eerst het probleem, de doelgroep en relevante randvoorwaarden. Vervolgens formuleer je ontwerpcriteria, ontwikkel je het product en verzamel je waar mogelijk feedback op een eerste versie.
Veelgebruikte methoden zijn:
- interviews voor ervaringen, motieven en verdieping;
- enquêtes voor grotere groepen, patronen en verschillen;
- observaties voor gedrag en praktijksituaties;
- focusgroepen voor interactie, gedeelde ervaringen en ideeën;
- documentanalyse voor bestaande dossiers, beleid en rapportages;
- literatuuronderzoek voor theoretische inzichten;
- gebruikerstesten voor het beoordelen van een ontwerp of beroepsproduct.
Kies een methode niet omdat deze makkelijk of bekend voelt. Een online enquête is bijvoorbeeld snel verspreid, maar levert weinig op wanneer je diepgaand wilt begrijpen waarom cliënten een dienst vermijden.
Beschrijf ook:
- wie of wat je onderzoekt;
- hoe je deelnemers selecteert;
- hoe je gegevens verzamelt;
- welke instrumenten je gebruikt;
- hoe je de gegevens analyseert;
- hoe je omgaat met kwaliteit, privacy en toestemming.
Stap 9: werk je onderzoek uit in een voorstel of plan van aanpak
Voordat je met de daadwerkelijke dataverzameling begint, moet je onderzoeksplan meestal worden goedgekeurd.
De precieze naam verschilt per opleiding. Je kunt werken met een:
- plan van aanpak;
- onderzoeksvoorstel;
- afstudeerplan;
- projectvoorstel;
- onderzoeksprotocol;
- verantwoordingsdocument.
In dit document laat je zien dat je onderzoek uitvoerbaar en logisch is opgezet.
Je beschrijft meestal:
- de aanleiding;
- de probleemanalyse;
- de probleemstelling;
- de doelstelling;
- de onderzoeksvragen;
- de relevantie;
- de afbakening;
- de belangrijkste literatuur;
- de onderzoeksmethode;
- de doelgroep of steekproef;
- de planning;
- de verwachte opbrengst;
- mogelijke risico’s of beperkingen.
Zie dit document als de routekaart van je onderzoek. Je hoeft nog niet alle antwoorden te hebben, maar je moet wel duidelijk maken wat je gaat onderzoeken en hoe je dit verantwoord uitvoert.
Wacht met dataverzameling tot je de benodigde goedkeuring en eventuele toestemming voor privacy of ethiek hebt gekregen.
Stap 10: bereid je dataverzameling zorgvuldig voor
Een goede methode kan alsnog zwakke resultaten opleveren wanneer de uitvoering onvoldoende is voorbereid.
Test daarom vooraf je onderzoeksinstrument.
Bij interviews kun je een proefinterview houden om te controleren of:
- vragen duidelijk zijn;
- de volgorde logisch voelt;
- belangrijke onderwerpen aan bod komen;
- het gesprek binnen de beschikbare tijd past.
Bij een enquête kun je nagaan of:
- antwoordopties volledig zijn;
- vragen niet sturend of dubbelzinnig zijn;
- de vragenlijst technisch werkt;
- de invultijd acceptabel is.
Denk ook vooraf na over:
- werving van deelnemers;
- informatie en toestemming;
- anonimiteit en vertrouwelijkheid;
- veilige opslag van gegevens;
- planning van gesprekken of meetmomenten;
- mogelijke uitval;
- minimale respons.
Start pas wanneer je onderzoeksinstrument en praktische organisatie op orde zijn.
Stap 11: verzamel je gegevens systematisch
Tijdens de dataverzameling volg je zo veel mogelijk de werkwijze die je vooraf hebt beschreven.
Houd bij:
- wie heeft deelgenomen;
- wanneer gegevens zijn verzameld;
- welke afwijkingen van het plan voorkwamen;
- waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt;
- welke problemen tijdens de uitvoering ontstonden.
Verander je onderweg iets aan je aanpak? Leg dan vast waarom.
Misschien reageert de oorspronkelijke doelgroep onvoldoende en moet je de werving uitbreiden. Of blijkt een interviewvraag onduidelijk en pas je deze na de eerste gesprekken aan.
Zulke wijzigingen hoeven je onderzoek niet ongeldig te maken, maar je moet ze wel transparant beschrijven en later bespreken.
Bewaar ruwe data zorgvuldig en gebruik duidelijke bestandsnamen. Denk ook aan een back-up op een veilige locatie.
Stap 12: analyseer de gegevens
Na de dataverzameling zet je ruwe informatie om in betekenisvolle bevindingen.
Bij kwalitatief onderzoek werk je bijvoorbeeld met:
- transcriberen;
- coderen;
- thema’s ontwikkelen;
- patronen vergelijken;
- afwijkende ervaringen onderzoeken.
Bij kwantitatief onderzoek kun je werken met:
- het opschonen van data;
- frequenties en percentages;
- gemiddelden;
- vergelijking van groepen;
- correlaties;
- statistische toetsen.
Bij een beroepsproduct analyseer je mogelijk ook feedback op prototypes, gebruikerstesten of evaluaties.
Baseer je analyse op je onderzoeksvragen en vooraf gekozen aanpak. Ga niet achteraf willekeurig zoeken naar opvallende resultaten zonder duidelijk te maken waarom die relevant zijn.
Controleer bovendien regelmatig of je analyse daadwerkelijk de informatie oplevert die nodig is voor je hoofdvraag.
Stap 13: beschrijf je resultaten
In je resultaten presenteer je wat het onderzoek heeft opgeleverd.
Werk bij kwalitatief onderzoek bijvoorbeeld per deelvraag of thema. Gebruik korte citaten om bevindingen te ondersteunen, maar zorg dat je eigen analyse centraal blijft staan.
Bij kwantitatief onderzoek gebruik je waar nodig cijfers, figuren en statistische uitkomsten. Licht altijd toe wat een tabel of grafiek laat zien.
Selecteer de resultaten die relevant zijn voor je onderzoeksvragen. Niet ieder interessant antwoord of opvallend detail hoeft in het hoofdverhaal terecht te komen.
Blijf in deze fase dicht bij je data. De uitgebreide interpretatie en vergelijking met literatuur volgt meestal later.
Stap 14: formuleer je conclusie
In de conclusie geef je antwoord op de hoofdvraag. Gebruik de belangrijkste bevindingen uit je onderzoek en laat zien hoe deze samen het antwoord vormen. Herhaal niet simpelweg alle resultaten achter elkaar.
Een goede conclusie:
- beantwoordt de hoofdvraag direct;
- sluit aan op de deelvragen;
- bevat geen nieuwe gegevens;
- is zorgvuldig geformuleerd;
- gaat niet verder dan je onderzoek toelaat.
Heb je alleen één afdeling onderzocht? Schrijf dan niet dat je conclusie voor alle organisaties in Nederland geldt.
Formuleer duidelijk wat je wel kunt concluderen en waar voorzichtigheid nodig is.
Stap 15: schrijf de discussie
In de discussie kijk je kritisch naar je resultaten en onderzoeksaanpak.
Je bespreekt bijvoorbeeld:
- hoe je bevindingen zich verhouden tot bestaande literatuur;
- mogelijke verklaringen voor overeenkomsten of verschillen;
- sterke punten van het onderzoek;
- beperkingen;
- invloed van methodologische keuzes;
- overdraagbaarheid of generaliseerbaarheid;
- vragen die nog openstaan.
Noem niet alleen dat je steekproef klein was. Leg uit wat dit betekent voor de waarde en toepasbaarheid van je conclusies.
De discussie laat zien dat je je onderzoek niet alleen hebt uitgevoerd, maar ook kritisch kunt beoordelen.
Stap 16: formuleer aanbevelingen of werk je beroepsproduct af
Bij praktijkgericht onderzoek vertaal je de bevindingen vaak naar aanbevelingen.
Een sterke aanbeveling:
- komt rechtstreeks voort uit je resultaten;
- pakt een vastgesteld probleem aan;
- is concreet;
- houdt rekening met haalbaarheid;
- benoemt waar mogelijk wie iets kan doen;
- loopt niet verder vooruit dan je onderzoek onderbouwt.
Schrijf dus niet alleen dat de organisatie ‘beter moet communiceren’. Beschrijf welke informatiebehoefte uit het onderzoek naar voren kwam en welke uitvoerbare stap daarop aansluit.
Werk je aan een beroepsproduct? Controleer dan opnieuw of je ontwerpkeuzes aantoonbaar voortkomen uit:
- het praktijkprobleem;
- literatuur;
- gegevens uit je praktijkonderzoek;
- wensen van gebruikers;
- organisatorische randvoorwaarden;
- feedback op een concept of prototype.
Verantwoord ook welke onderdelen je nog niet hebt kunnen testen en wat de organisatie daarmee kan doen.
Stap 17: rond je scriptie zorgvuldig af
Wanneer de inhoud staat, begint de laatste controle. Dit gaat niet alleen om spelling. Controleer ook:
- of je alle beoordelingscriteria hebt behandeld;
- of uitspraken voldoende zijn onderbouwd;
- of bronverwijzingen compleet en correct zijn;
- of tabellen en figuren duidelijke titels hebben;
- of bijlagen compleet zijn;
- of persoonsgegevens correct zijn geanonimiseerd;
- of afkortingen consequent worden gebruikt;
- of de samenvatting overeenkomt met het definitieve onderzoek;
- of het document technisch goed opent;
- of alle verplichte bestanden zijn toegevoegd.
Lees je tekst bij voorkeur op verschillende momenten en in verschillende vormen. Een geprinte versie of pdf kan fouten zichtbaar maken die je in het oorspronkelijke document niet meer ziet.
Stap 18: bereid je presentatie of verdediging voor
Bij veel opleidingen sluit je het traject af met een presentatie, verdediging of eindgesprek.
Je hoeft niet je volledige scriptie opnieuw te vertellen. Richt je op de kern van het onderzoek en de keuzes die je hebt gemaakt.
Bereid je voor op vragen over:
- de aanleiding;
- probleemstelling en hoofdvraag;
- theoretische keuzes;
- onderzoeksmethode;
- selectie van deelnemers;
- belangrijkste resultaten;
- conclusie;
- beperkingen;
- aanbevelingen;
- bruikbaarheid van je beroepsproduct;
- beslissingen die je onderweg hebt genomen.
Oefen vooral met uitleggen waarom je iets hebt gedaan. Beoordelaars willen meestal niet alleen weten wát je hebt gekozen, maar ook waarom die keuze passend was.
Houd rekening met kritische vragen. Dat betekent niet automatisch dat je onderzoek niet goed is. Een verdediging is juist het moment waarop je laat zien dat je de sterke en zwakke punten begrijpt.
Stap 19: verwerk feedback doelgericht
Feedback ontvangen hoort bij het scriptieproces. Toch kan het lastig zijn wanneer je veel opmerkingen tegelijk krijgt of niet direct begrijpt wat je begeleider bedoelt.
Ga niet onmiddellijk overal losse wijzigingen aanbrengen.
Werk liever in deze volgorde:
- Lees alle feedback volledig door.
- Vergelijk de opmerkingen met de rubric.
- Groepeer de feedback per onderwerp.
- Maak onderscheid tussen grote en kleine punten.
- Bepaal welke wijzigingen gevolgen hebben voor andere onderdelen.
- Maak een realistische planning.
- Werk eerst aan de punten met de meeste invloed op de beoordeling.
- Controleer daarna opnieuw het geheel.
Feedback op je hoofdvraag kan bijvoorbeeld gevolgen hebben voor je deelvragen, methode, analyse en conclusie. Pas daarom niet alleen de ene zin aan.
Vraagt je begeleider om ‘meer verdieping’? Probeer dan eerst vast te stellen wat daarmee wordt bedoeld. Ontbreekt theorie, analyse, onderbouwing of een vergelijking van resultaten?
Een concreet herstelplan voorkomt dat je veel tekst toevoegt zonder dat je het werkelijke probleem oplost.
Wat doe je als je scriptie is afgekeurd?
Een onvoldoende is teleurstellend, maar betekent niet automatisch dat je volledig opnieuw moet beginnen.
Begin met het reconstrueren van de beoordeling.
Bekijk:
- welke criteria onvoldoende waren;
- welke onderdelen wel voldoende zijn;
- of de kern van het onderzoek nog bruikbaar is;
- welke feedback eerst moet worden opgelost;
- of nieuwe dataverzameling nodig is;
- hoeveel tijd je voor de herkansing hebt.
Maak vervolgens een herstelplan per beoordelingscriterium. Zet niet alleen op papier wat je gaat aanpassen, maar ook welk resultaat die wijziging moet opleveren.
Hulp nodig tijdens je scriptieproces?
Loop je vast bij je onderwerp, probleemstelling, hoofdvraag, methode, analyse of feedback? Dan hoef je niet eindeloos te blijven zoeken naar losse tips of te wachten tot het volgende begeleidingsmoment vanuit je opleiding.
Bij Jouw Scriptiecoach kijken we naar de fase waarin jij zit en wat je nodig hebt om verder te komen.
We kunnen je bijvoorbeeld helpen met:
- een breed onderwerp concreet afbakenen;
- je probleemanalyse en probleemstelling aanscherpen;
- een haalbare hoofdvraag en passende deelvragen formuleren;
- gerichter literatuur zoeken en verwerken;
- een onderzoeksmethode kiezen die bij je vraag past;
- je plan van aanpak of onderzoeksvoorstel verbeteren;
- interviews, een enquête of andere dataverzameling voorbereiden;
- kwalitatieve of kwantitatieve gegevens analyseren;
- je resultaten, conclusie, discussie en aanbevelingen aanscherpen;
- je beroepsproduct inhoudelijk onderbouwen;
- feedback van je begeleider vertalen naar concrete verbeterstappen;
- een herstelplan maken na een onvoldoende beoordeling.
Je krijgt geen algemeen stappenlijstje, maar persoonlijke uitleg en concrete vervolgstappen voor jouw eigen onderzoek. Tijdens online één-op-éénbegeleiding kun je je scherm delen, zodat je coach direct met je meekijkt naar je document, feedback, onderzoeksopzet of analyse.
Is je scriptie bijna klaar? Dan kun je haar ook inhoudelijk laten nakijken. Je krijgt dan gerichte feedback op onder andere je onderzoeksvragen, methode, onderbouwing, analyse, conclusie en aansluiting op de beoordelingscriteria.
Tijdens een gratis adviesgesprek bekijken we waar je nu staat, waarop je vastloopt en welke vorm van begeleiding het beste bij jouw situatie past.
Gratis vrijblijvend adviesgesprek
Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.
Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.
EN