04 juli 2026
Probleemanalyse schrijven voor je scriptie: zo maak je je probleem scherp
Heb je een onderwerp voor je scriptie, maar weet je nog niet precies wat het probleem is? Dan ben je niet de enige. Veel studenten beginnen met een interessant thema, een opdracht van een organisatie of een idee van hun begeleider. Maar een onderwerp is nog geen goede basis voor je scriptie.
Je moet eerst duidelijk krijgen wat er precies speelt.
Welk probleem onderzoek je? Voor wie is het een probleem? Waardoor ontstaat het? Wat zijn de gevolgen? Welke informatie ontbreekt nog? En waarom is jouw onderzoek nodig?
Dat werk je uit in je probleemanalyse. Een goede probleemanalyse helpt je om van een breed onderwerp naar een scherpe probleemstelling, doelstelling en hoofdvraag te komen.
In dit artikel leggen we uit wat een probleemanalyse is, wat erin staat en hoe je voorkomt dat je te snel naar een oplossing springt.
Wat is een probleemanalyse?
Een probleemanalyse is de verkenning van het probleem dat je in je scriptie onderzoekt. Je beschrijft wat er aan de hand is, in welke context het probleem speelt en waarom onderzoek nodig is.
De probleemanalyse wordt ook wel probleemoriëntatie of probleemverkenning genoemd. Het is een belangrijke stap aan het begin van je scriptieproces. Je gebruikt de probleemanalyse om je onderwerp scherper te maken en toe te werken naar je probleemstelling, doelstelling en hoofdvraag.
In je probleemanalyse geef je bijvoorbeeld antwoord op vragen als:
- Wat is de aanleiding voor je onderzoek?
- Wat speelt er precies?
- Waaruit blijkt dat er een probleem is?
- Voor wie is dit een probleem?
- Wat zijn de gevolgen als er niets verandert?
- Wat is er al bekend over het onderwerp?
- Welke informatie ontbreekt nog?
- Waarom is jouw onderzoek relevant?
- Hoe baken je het probleem af?
Een probleemanalyse is dus niet hetzelfde als een oplossing bedenken. Je onderzoekt eerst wat er speelt, voordat je bepaalt welke onderzoeksvraag logisch is.
Werk je nog aan de basis van je onderzoek? Lees dan ook ons artikel om ook je onderzoeksopzet te schrijven.
Waarom is een probleemanalyse belangrijk?
Een sterke probleemanalyse voorkomt dat je scriptie op een te vaag of te breed probleem wordt gebouwd.
Zonder goede probleemanalyse krijg je snel feedback zoals: “Wat is nu precies het probleem?”, “Voor wie is dit een probleem?” of “Je springt te snel naar een oplossing.” Ook kan je begeleider aangeven dat je hoofdvraag nog niet goed aansluit op wat je eigenlijk wilt onderzoeken.
Met een goede probleemanalyse laat je zien dat je niet zomaar een onderwerp hebt gekozen. Je maakt duidelijk dat er echt iets onderzocht moet worden. Je onderbouwt waarom je onderzoek nodig is en welke richting je scriptie op gaat.
Wil je daarna verder met je hoofdvraag? Lees dan ook hoe je een goede onderzoeksvraag formuleert.
Aanleiding, probleemanalyse en probleemstelling: wat is het verschil?
Aanleiding, probleemanalyse en probleemstelling worden vaak door elkaar gehaald. Logisch, want ze hangen sterk met elkaar samen. Toch hebben ze elk een eigen functie.
De aanleiding is het startpunt van je onderzoek. Je beschrijft waarom dit onderwerp nu speelt. Bijvoorbeeld: een organisatie merkt dat klantvragen toenemen, studenten lopen vaker vertraging op of medewerkers ervaren meer werkdruk.
De probleemanalyse gaat een stap verder. Je onderzoekt wat er precies aan de hand is. Waaruit blijkt het probleem? Wie heeft ermee te maken? Wat zijn mogelijke oorzaken? Welke gevolgen zijn er? En welke kennis ontbreekt nog?
De probleemstelling vat vervolgens het centrale probleem scherp samen. Je formuleert dus kort en duidelijk welk probleem of kennishiaat jouw onderzoek centraal stelt.
Een voorbeeld:
- De aanleiding kan zijn dat een organisatie merkt dat klanten steeds vaker bellen met vragen over de status van hun bestelling.
- In de probleemanalyse onderzoek je wat daarachter zit. Misschien blijkt dat klanten de informatie op de website niet duidelijk vinden, dat e-mails niet goed worden gelezen of dat de bestelstatus niet makkelijk vindbaar is.
- De probleemstelling kan dan worden: “Organisatie X heeft onvoldoende inzicht in welke informatie klanten nodig hebben om zelfstandig de status van hun bestelling te kunnen volgen.”
Je ziet: de aanleiding laat zien waarom het onderwerp speelt. De probleemanalyse onderzoekt de situatie verder. De probleemstelling vat de kern van het probleem samen.
Praktijkprobleem en kennisprobleem
Bij hbo-scripties begin je vaak met een praktijkprobleem. Een organisatie loopt ergens tegenaan. Denk aan dalende klanttevredenheid, weinig online aanvragen, onduidelijke communicatie, hoge werkdruk of studenten die afhaken tijdens een traject.
Maar let op: jouw scriptie lost meestal niet direct het hele praktijkprobleem op. Je onderzoekt vaak eerst welke kennis ontbreekt. Dat noem je het kennisprobleem.
Stel dat organisatie X minder offerteaanvragen ontvangt via de website. Dat is het praktijkprobleem. De organisatie wil misschien meteen een nieuwe website, betere teksten of een campagne. Maar voor je dat kunt adviseren, moet je eerst weten wat er precies misgaat.
Misschien vinden bezoekers de informatie onduidelijk. Misschien sluit de website niet aan op hun klantreis. Misschien zijn concurrenten beter vindbaar. Of misschien twijfelen bezoekers omdat prijzen, werkwijze of resultaten niet concreet genoeg worden uitgelegd.
Het kennisprobleem kan dan zijn: “Organisatie X weet niet op welk moment potentiële klanten afhaken en welke informatie zij missen tijdens de online oriëntatiefase.”
Daaruit kan een hoofdvraag ontstaan zoals: “Welke informatiebehoeften hebben potentiële klanten van organisatie X tijdens de online oriëntatiefase?”
Dit onderscheid is belangrijk. Als je hoofdvraag meteen wordt: “Hoe kan organisatie X meer offerteaanvragen krijgen?”, wordt je onderzoek vaak te breed en te oplossingsgericht. Eerst moet je onderzoeken wat er aan de hand is.
Wat staat er in een probleemanalyse?
De exacte invulling verschilt per opleiding, maar een probleemanalyse bevat meestal een aantal vaste onderdelen. Je beschrijft de aanleiding, de context, het probleem, de onderbouwing, de betrokkenen, de gevolgen, wat al bekend is, wat nog onbekend is, de afbakening en de relevantie. Je wilt de lezer stap voor stap meenemen van een brede situatie naar een concreet probleem dat onderzocht moet worden.
Hieronder leggen we de belangrijkste onderdelen uit.
1. Beschrijf de aanleiding
Begin met de aanleiding. Waarom is dit onderwerp belangrijk? Wat was de trigger voor het onderzoek?
Een aanleiding kan bijvoorbeeld zijn dat een organisatie een knelpunt ervaart, dat cijfers een daling of stijging laten zien, dat klanten negatieve feedback geven of dat medewerkers aangeven dat een proces niet goed loopt. Ook een verandering in wetgeving, marktontwikkelingen of eerdere onderzoeken kunnen aanleiding zijn voor een scriptieonderzoek.
2. Schets de context
Na de aanleiding beschrijf je de context waarin het probleem speelt. Denk aan de organisatie, doelgroep, afdeling, sector, markt of het proces waarbinnen het probleem voorkomt.
Geef genoeg informatie zodat de lezer begrijpt waar het probleem zich voordoet. Maak er alleen geen uitgebreide organisatiebeschrijving van. Alles wat je schrijft, moet helpen om het probleem beter te begrijpen.
Bijvoorbeeld: als je onderzoek gaat over communicatie richting nieuwe klanten, hoef je niet de hele geschiedenis van de organisatie te beschrijven. Wel is het relevant om kort uit te leggen wie de klanten zijn, welk communicatieproces zij doorlopen en waar signalen van onduidelijkheid ontstaan.
3. Beschrijf het probleem concreet
Nu maak je duidelijk wat het probleem precies is. Een goed beschreven probleem maakt duidelijk wie het probleem ervaart, wat er gebeurt, waar of wanneer het probleem voorkomt, wat de gevolgen zijn en welke informatie nog ontbreekt.
Hoe concreter je het probleem beschrijft, hoe makkelijker het wordt om straks een passende hoofdvraag en methode te kiezen.
4. Onderbouw het probleem
Een probleemanalyse wordt sterker als je laat zien waarop je uitspraken gebaseerd zijn. Schrijf dus niet alleen dat iets “een probleem lijkt”, maar laat zien waaruit dat blijkt.
Je kunt het probleem onderbouwen met cijfers, klantfeedback, interne documenten, klachtenregistraties, gesprekken met de opdrachtgever, marktrapporten, literatuur, observaties of bestaande data.
Een voorbeeld: “Uit de klachtenregistratie van organisatie X blijkt dat het aantal vragen over de bestelstatus in zes maanden met 30% is gestegen.”
Of: “Uit gesprekken met drie teamleiders blijkt dat medewerkers vooral vastlopen op onduidelijke taakverdeling tijdens piekuren.”
Gebruik waar mogelijk bronnen. Dat maakt je probleemanalyse betrouwbaarder en voorkomt dat je onderzoek alleen op aannames is gebaseerd.
5. Benoem wie betrokken zijn
Een probleem speelt nooit in het luchtledige. Maak daarom duidelijk wie ermee te maken heeft.
Dat kunnen klanten, medewerkers, studenten, patiënten, cliënten, gebruikers, docenten, ouders, managers of andere stakeholders zijn. Bij een scriptie is het vooral belangrijk dat duidelijk wordt voor wie het probleem relevant is en wie je mogelijk gaat onderzoeken.
Stel dat een zorginstelling merkt dat cliënten informatie over een behandeltraject niet goed begrijpen. Dan zijn niet alleen cliënten betrokken, maar mogelijk ook zorgverleners, planners en communicatiemedewerkers.
Door de betrokkenen te benoemen, wordt je onderzoek scherper. Je ziet beter wie onderdeel is van het probleem en wie je nodig hebt om het probleem te onderzoeken.
6. Beschrijf de gevolgen
Leg vervolgens uit waarom het probleem ertoe doet. Wat gebeurt er als er niets verandert?
Misschien haken klanten af, ervaren medewerkers meer werkdruk, blijven processen inefficiënt of neemt de tevredenheid van cliënten af. Misschien worden beslissingen genomen op basis van aannames, omdat de organisatie niet goed weet wat de doelgroep nodig heeft.
De gevolgen maken duidelijk waarom jouw onderzoek relevant is. Zonder gevolgen blijft je probleem vaak te vrijblijvend. Je laat dan wel zien dat er iets speelt, maar nog niet waarom het belangrijk is om dit te onderzoeken.
7. Beschrijf wat al bekend is
Een probleemanalyse bevat vaak een eerste verkenning van bestaande kennis. Je hoeft hier nog geen volledig theoretisch kader te schrijven, maar je laat wel zien dat je hebt gekeken naar wat al bekend is.
Denk aan relevante literatuur, eerdere onderzoeken, branche-informatie, interne analyses of bestaande data. Deze informatie helpt je om je probleem beter te begrijpen en later je theoretisch kader en deelvragen te bepalen.
Onderzoek je bijvoorbeeld werkdruk onder beginnende verpleegkundigen? Dan kun je kort benoemen wat uit bestaande literatuur bekend is over werkdruk, taakbelasting, begeleiding en personeelskrapte in de zorg.
8. Benoem wat nog onbekend is
Dit is een van de belangrijkste onderdelen van je probleemanalyse. Je scriptie is nodig omdat er iets nog niet duidelijk is.
Misschien weet de organisatie niet waarom klanten afhaken. Misschien is er weinig bekend over de behoeften van een specifieke doelgroep. Misschien is onduidelijk welke factoren de werkdruk veroorzaken. Of misschien is nog niet onderzocht hoe gebruikers een nieuwe werkwijze ervaren.
Dat onbekende deel vormt vaak de brug naar je probleemstelling en hoofdvraag.
Een voorbeeld: “Hoewel bekend is dat medewerkers een hoge werkdruk ervaren, is nog niet duidelijk welke taken, processen of vormen van ondersteuning hier volgens medewerkers het meest aan bijdragen.”
Van daaruit kun je veel gerichter een onderzoeksvraag formuleren.
9. Baken het probleem af
Een probleem kan snel te groot worden. Daarom moet je duidelijk afbakenen wat je wel en niet onderzoekt.
Je kunt afbakenen op doelgroep, organisatie, afdeling, locatie, periode, product, dienst, proces, thema of type probleem.
Een voorbeeld: “Dit onderzoek richt zich op particuliere klanten van 25 tot 40 jaar die in de afgelopen zes maanden een offerte hebben aangevraagd via de website van organisatie X.”
Afbakening maakt je onderzoek haalbaar. Zonder afbakening wordt je hoofdvraag vaak te breed en loop je het risico dat je scriptie alle kanten op gaat.
10. Leg de relevantie uit
Sluit je probleemanalyse af met de relevantie. Waarom is het belangrijk om dit probleem te onderzoeken?
Bij hbo-scripties ligt de nadruk vaak op praktische relevantie. Je laat dan zien wat de organisatie, beroepspraktijk of doelgroep aan het onderzoek heeft.
Bij wo-scripties speelt wetenschappelijke relevantie vaak een grotere rol. Dan leg je uit welke kennis jouw onderzoek toevoegt aan bestaande literatuur.
Soms is er ook maatschappelijke relevantie. Bijvoorbeeld als je onderzoek bijdraagt aan betere zorg, toegankelijk onderwijs, duurzaamheid of inclusie.
Een goede relevantie bouwt logisch voort op je probleemanalyse. Eerst laat je zien wat er speelt. Daarna leg je uit waarom onderzoek naar dit probleem waardevol is.
Hoe kom je van probleemanalyse naar probleemstelling?
Je probleemanalyse is uitgebreider dan je probleemstelling. In je probleemanalyse verken je de situatie. In je probleemstelling vat je de kern van het probleem scherp samen.
Een kort voorbeeld:
Organisatie X merkt dat het aantal offerteaanvragen via de website daalt. Uit websitegegevens blijkt dat veel bezoekers afhaken op de dienstenpagina. De organisatie heeft de afgelopen jaren vooral vanuit interne aannames gecommuniceerd over haar aanbod. Het is nog onbekend welke informatie potentiële klanten missen tijdens de online oriëntatiefase en waarom zij geen aanvraag indienen.
Een mogelijke probleemstelling is dan:
“Organisatie X heeft onvoldoende inzicht in de informatiebehoeften en twijfels van potentiële klanten tijdens de online oriëntatiefase, waardoor onduidelijk is waarom bezoekers afhaken voordat zij een offerte aanvragen.”
Een mogelijke hoofdvraag is:
“Welke informatiebehoeften en twijfels hebben potentiële klanten van organisatie X tijdens de online oriëntatiefase?”
Zie je de lijn? De probleemanalyse verkent het probleem. De probleemstelling vat het kernprobleem samen. De hoofdvraag maakt duidelijk wat je gaat onderzoeken.
Vanuit hier kun je ook verder werken aan je deelvragen, omdat die helpen om je hoofdvraag stap voor stap te beantwoorden.
Hulp nodig bij je probleemanalyse?
Loop je vast bij je probleemanalyse? Bijvoorbeeld omdat je onderwerp nog te breed is, je opdrachtgever al een oplossing wil of je begeleider vraagt wat nu precies het probleem is?
Bij Jouw Scriptiecoach helpen we je om je probleem scherp te krijgen. We kijken mee naar je aanleiding, context, praktijkprobleem, kennisprobleem, probleemstelling en hoofdvraag. Zo bouw je je scriptie niet op losse aannames, maar op een duidelijke en onderzoekbare basis.
We schrijven je scriptie niet voor je, maar helpen je wel om betere keuzes te maken en de rode draad terug te vinden. Vraag een gratis adviesgesprek aan en we nemen contact met je op.
Gratis vrijblijvend adviesgesprek
Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.
Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.
EN