Terug naar scriptietips

08 juni 2026

Interviews gebruiken voor je scriptie

Zo bereid je interviews goed voor en verwerk je ze in je onderzoek

Ga je kwalitatief onderzoek doen voor je scriptie? Dan is de kans groot dat je interviews wilt gebruiken als dataverzamelingsmethode. Interviews zijn namelijk heel geschikt als je wilt begrijpen hoe mensen iets ervaren, waarom ze bepaalde keuzes maken of welke knelpunten zij in de praktijk tegenkomen.

Toch roept interviewonderzoek vaak veel vragen op. Welke interviewvorm kies je? Hoeveel respondenten heb je nodig? Hoe stel je goede interviewvragen op? En hoe verwerk je de antwoorden straks in je scriptie?

Interviews lijken op het eerste gezicht misschien eenvoudig: je stelt vragen en schrijft de antwoorden op. Maar voor je scriptie moet je meer doen dan een goed gesprek voeren. Je moet kunnen uitleggen waarom interviews passen bij je onderzoeksvraag, hoe je respondenten hebt gekozen, hoe je het interview hebt afgenomen en hoe je de data hebt geanalyseerd.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je interviews goed voorbereidt, afneemt en verwerkt in je kwalitatieve onderzoek.

Interviews als dataverzamelingsmethode in je kwalitatief onderzoek
Dit artikel werd geschreven door:

Anne Vrieze

Interview als dataverzamelingsmethode?

Een interview is een onderzoeksmethode waarbij je data verzamelt door mensen vragen te stellen over hun ervaringen, meningen, gedrag, keuzes of kennis. Bij kwalitatief onderzoek gebruik je interviews vooral om diepgang te krijgen.

Je wilt dan niet alleen weten wat iemand vindt, maar vooral ook waarom iemand dat vindt.

Interviews zijn bijvoorbeeld geschikt als je onderzoek doet naar ervaringen van medewerkers, klanten, patiënten, studenten of professionals. Ook kun je interviews gebruiken om redenen achter bepaald gedrag te achterhalen, knelpunten binnen een organisatie te onderzoeken of behoeften van een doelgroep beter te begrijpen.

Daarnaast worden interviews vaak gebruikt bij onderzoek naar meningen over een verandering, beleid, interventie, beroepsproduct of advies.

Bij kwalitatief onderzoek draait het dus niet om grote aantallen of percentages, maar om inzicht, betekenis en verdieping.

Wanneer kies je voor interviews?

Interviews zijn vooral geschikt als je onderzoeksvraag vraagt om uitleg, ervaringen of interpretatie.

Je kiest voor interviews als je wilt doorvragen op antwoorden, persoonlijke ervaringen wilt begrijpen of een complex onderwerp onderzoekt. Interviews passen ook goed als je wilt weten waarom iets gebeurt, ruimte nodig hebt voor voorbeelden uit de praktijk of werkt met een kleine, specifieke doelgroep.

Een voorbeeld:

“Hoe ervaren startende leerkrachten de begeleiding op hun school?”

Deze vraag past goed bij interviews, omdat je wilt begrijpen hoe leerkrachten hun begeleiding ervaren, wat zij als helpend zien en waar zij tegenaan lopen.

Een vraag als “Hoeveel studenten zijn tevreden over hun begeleiding?” past juist beter bij een enquête. Dan wil je meten hoeveel mensen ergens tevreden of ontevreden over zijn.

Interviews zijn minder geschikt als je vooral cijfers, percentages of representatieve uitspraken over een grote groep nodig hebt. Dan past cKwantitatief onderzoek voor je scriptie vaak beter.

Twijfel je tussen interviews en een enquête? Dan kan mixed methods onderzoek soms passend zijn. Je combineert dan bijvoorbeeld een enquête met interviews voor extra verdieping.

Interviews, enquête of focusgroep: wat is het verschil?

Bij een interview praat je meestal één-op-één met een respondent. Je gebruikt deze methode als je persoonlijke ervaringen, meningen, motieven of knelpunten wilt begrijpen.

Bij een enquête stel je vragen aan een grotere groep respondenten. Deze methode is vooral geschikt als je antwoorden wilt meten en vergelijken, bijvoorbeeld in percentages, gemiddelden of scores.

Bij een focusgroep praat je met meerdere deelnemers tegelijk. Deze methode is handig als de interactie tussen deelnemers belangrijk is, bijvoorbeeld bij het onderzoeken van gedeelde ervaringen, groepsnormen of reacties op een concept.

Het belangrijkste verschil is dus het doel van je dataverzameling. Wil je diepgang bij individuele ervaringen? Dan kies je meestal voor interviews. Wil je groepsinteractie onderzoeken? Dan past een focusgroep beter. Wil je vooral meten hoeveel mensen iets vinden? Dan ligt een enquête meer voor de hand.

Welke interviewvorm kies je?

Er zijn verschillende soorten interviews. Welke vorm je kiest, hangt af van je onderzoeksvraag, het doel van je onderzoek en de mate van structuur die je nodig hebt.

Bij een gestructureerd interview stel je elke respondent dezelfde vragen in dezelfde volgorde. Deze vorm is geschikt als je antwoorden goed wilt vergelijken en weinig wilt afwijken van je vragenlijst.

Bij een semigestructureerd interview werk je met een topiclijst, maar kun je doorvragen. Dit is voor veel kwalitatieve scripties de meest geschikte vorm, omdat je structuur combineert met ruimte voor verdieping.

Bij een ongestructureerd interview heb je weinig vaste vragen en laat je het gesprek vrijer verlopen. Deze vorm past vooral bij verkennend onderzoek, maar vraagt veel ervaring van de interviewer.

Bij een diepte-interview ga je uitgebreid in op ervaringen, motieven of betekenissen. Deze vorm is geschikt als je veel detail en nuance nodig hebt.

Voor de meeste hbo- en wo-scripties is een semigestructureerd interview een goede keuze. Je hebt dan genoeg structuur om de interviews met elkaar te vergelijken, maar ook genoeg ruimte om door te vragen.

Wat is een semigestructureerd interview?

Bij een semigestructureerd interview gebruik je een vooraf opgestelde topiclijst of interviewleidraad. Daarin staan de onderwerpen en hoofdvragen die je in ieder interview wilt bespreken.

Je hoeft de vragen niet altijd letterlijk in dezelfde volgorde te stellen. Als een respondent iets interessants zegt, mag je doorvragen. Dat maakt deze vorm flexibel en geschikt voor kwalitatief onderzoek.

Stel dat je onderzoekt hoe medewerkers de interne communicatie ervaren. Dan kan je topiclijst bestaan uit onderwerpen zoals algemene ervaring met interne communicatie, gebruikte communicatiekanalen, duidelijkheid van informatie, samenwerking tussen afdelingen, knelpunten en verbeterwensen.

Per topic formuleer je een paar hoofdvragen en je schrijft haakjes op om door te vragen.

Zo houd je genoeg structuur om je interviews later te analyseren, maar voorkom je dat het gesprek te strak of onnatuurlijk wordt.

Zo bereid je je interviews voor

Een goed interview begint niet op het moment dat je op “opnemen” drukt. De kwaliteit van je data hangt vooral af van je voorbereiding.

Stap 1. Koppel je interview aan je onderzoeksvraag

Begin met je hoofdvraag en deelvragen. Bepaal welke deelvragen je met interviews wilt beantwoorden.

Een voorbeeld:

Hoofdvraag: “Hoe ervaren startende leerkrachten de begeleiding tijdens hun eerste werkjaar?”

Deelvraag voor interviews: “Welke vormen van begeleiding ervaren startende leerkrachten als helpend of juist belemmerend?”

Daarna bepaal je welke onderwerpen je moet bespreken om deze deelvraag te beantwoorden.

Zo voorkom je dat je zomaar interessante vragen stelt die uiteindelijk niet helpen bij het beantwoorden van je onderzoeksvraag.

Stap 2. Maak een topiclijst

Een topiclijst is een overzicht van onderwerpen die je tijdens het interview wilt behandelen. Dit voorkomt dat je belangrijke onderdelen vergeet.

Een goede topiclijst bevat meestal een korte introductie, achtergrondvragen, hoofdthema’s, interviewvragen per thema, mogelijke doorvragen, afsluitende vragen en ruimte voor opmerkingen van de respondent.

Een voorbeeldstructuur:

  • Introductie en toestemming.
  • Achtergrond van de respondent.
  • Ervaring met het onderwerp.
  • Belangrijkste knelpunten.
  • Oorzaken of verklaringen.
  • Mogelijke verbeteringen.
  • Afsluiting.

Je topiclijst hoeft geen strak script te zijn. Zie het vooral als houvast. Je gebruikt hem om richting te houden, maar blijft luisteren naar wat de respondent vertelt.

Stap 3. Formuleer goede interviewvragen

Goede interviewvragen zijn open, helder en neutraal. Ze nodigen de respondent uit om te vertellen. Gebruik geen gesloten vragen. 

Sterke vragen zijn bijvoorbeeld:

  • “Hoe ervaar je de begeleiding vanuit je organisatie?”
  • “Kun je een voorbeeld geven van een situatie waarin de begeleiding goed werkte?”
  • “Wat maakte dat dit voor jou helpend was?”
  • “Welke knelpunten ervaar je in de huidige werkwijze?”

Stel ook één vraag tegelijk. Een dubbele vraag maakt het voor de respondent lastiger om helder te antwoorden.

Stap 4. Bepaal wie je gaat interviewen

Je respondenten moeten passen bij je onderzoeksvraag. Denk daarom vooraf goed na over je doelgroep.

Beschrijf wie je wilt interviewen, waarom juist deze groep relevant is, aan welke criteria respondenten moeten voldoen, hoe je respondenten gaat werven en hoeveel interviews je ongeveer wilt afnemen.

Een voorbeeld:

“Voor dit onderzoek zijn startende leerkrachten geïnterviewd die maximaal twee jaar werkzaam zijn in het basisonderwijs. Deze groep is gekozen omdat zij uit eigen ervaring kunnen vertellen welke vormen van begeleiding zij tijdens de startfase ontvangen en hoe zij deze ervaren.”

Werk bij voorkeur met duidelijke selectiecriteria. Dan kun je in je methodehoofdstuk goed uitleggen waarom jouw respondenten geschikt zijn voor je onderzoek.

Hoeveel interviews moet je afnemen?

Er is geen vast aantal interviews dat voor elke scriptie geldt. Het hangt af van je onderzoeksvraag, doelgroep, opleidingseisen, beschikbare tijd en de mate waarin antwoorden op elkaar gaan lijken.

Bij kwalitatief onderzoek wordt vaak gekeken naar verzadiging. Dat betekent dat je merkt dat nieuwe interviews weinig nieuwe informatie meer opleveren. Je hoort dan vooral thema’s die al eerder naar voren kwamen.

Praktisch gezien zijn bij een kleinere hbo-scriptie soms 5 tot 8 interviews voldoende. Bij uitgebreider kwalitatief onderzoek kom je vaker uit op 8 tot 15 interviews. Meer dan 20 interviews is voor veel studenten lastig haalbaar, omdat transcriberen en analyseren veel tijd kost.

Overleg altijd met je begeleider. Sommige opleidingen hebben eigen richtlijnen.

Belangrijk is dat je niet alleen zegt hoeveel interviews je hebt gedaan, maar ook waarom dat aantal past bij jouw onderzoek.

Toestemming, privacy en anonimiteit

Omdat je met mensen werkt, moet je zorgvuldig omgaan met privacy en ethiek.

Zorg dat respondenten vooraf weten wat het doel van je onderzoek is, hoe lang het interview duurt, of het gesprek wordt opgenomen, wat je met de data doet, of deelname vrijwillig is, dat zij mogen stoppen en hoe je anonimiteit waarborgt.

Vraag altijd toestemming voordat je een interview opneemt. Gebruik bij voorkeur een toestemmingsformulier of informed consent.

Verwerk namen van respondenten niet herkenbaar in je scriptie, tenzij daar expliciet toestemming voor is gegeven. Gebruik bijvoorbeeld respondentcodes zoals Respondent 1, R1, Leerkracht A of Manager B.

Bewaar opnames en transcripties veilig. Beschrijf in je methodehoofdstuk kort hoe je met privacy, toestemming en anonimiteit bent omgegaan.

Tips voor het afnemen van interviews

Tijdens het interview wil je betrouwbare, bruikbare antwoorden verzamelen. Deze tips helpen daarbij.

1. Begin rustig

Leg kort uit wie je bent, wat het doel van het onderzoek is en hoe het interview verloopt. Vraag daarna nogmaals toestemming voor opname.

Een rustige start helpt de respondent om zich veilig genoeg te voelen om open te antwoorden.

2. Stel één vraag tegelijk

Vermijd dubbele vragen zoals:

“Hoe ervaar je de werkdruk en wat vind je van de begeleiding?”

Splits dit liever op:

“Hoe ervaar je de werkdruk?”

En daarna:

“Welke rol speelt begeleiding daarin?”

Zo wordt je interview duidelijker en krijg je betere antwoorden.

3. Vraag door

Goede doorvragen zijn bijvoorbeeld:

“Kun je daar een voorbeeld van geven?”

“Wat bedoel je daar precies mee?”

“Hoe kwam dat volgens jou?”

“Wat gebeurde er daarna?”

“Waarom was dat belangrijk voor jou?”

Doorvragen maakt je interview sterker, omdat je meer diepgang krijgt. Juist daar zit de waarde van kwalitatief onderzoek.

4. Blijf neutraal

Laat niet merken welk antwoord je graag wilt horen. Vermijd sturen, invullen of samenvatten op een manier die jouw eigen mening laat doorschemeren.

Bijvoorbeeld: “Als ik je goed begrijp, ervaar je dat het beleid in de praktijk anders uitpakt. Klopt dat?”

Zo controleer je of je de respondent goed begrijpt, zonder het antwoord te sturen.

5. Sluit netjes af

Vraag aan het einde:

“Zijn er nog dingen die je belangrijk vindt om toe te voegen?”

“Mag ik contact opnemen als ik later nog iets wil verduidelijken?”

Bedank de respondent en vertel kort wat de vervolgstap is.

Een nette afsluiting is niet alleen professioneel, maar helpt ook als je later nog een korte verduidelijking nodig hebt.

Interviews opnemen en transcriberen

Als je interviews opneemt, kun je ze later zorgvuldig uitwerken. Dat heet transcriberen. Hierbij zet je het gesprek om naar tekst.

Je kunt op verschillende manieren transcriberen.

Bij letterlijk transcriberen schrijf je vrijwel alles uit, inclusief aarzelingen en stopwoorden. Dit is vooral handig als woordkeuze en formulering belangrijk zijn.

Bij verbatim transcriberen schrijf je exact uit wat er gezegd wordt. Dit wordt vooral gebruikt bij taalkundige of discoursanalyses.

Bij samenvattend transcriberen werk je de belangrijkste inhoud uit. Dit kan voldoende zijn als je vooral thema’s en kernuitspraken nodig hebt en je opleiding dit toestaat.

Voor de meeste scripties is een goed leesbaar, inhoudelijk transcript voldoende. Check wel altijd de richtlijnen van je opleiding. Sommige opleidingen eisen letterlijke transcripties.

Schrijf tijdens of direct na het interview ook korte aantekeningen op. Noteer bijvoorbeeld opvallende emoties, twijfel, voorbeelden of context die je later helpt bij de analyse.

Hoe verwerk je interviews in je scriptie?

Je hoeft niet je volledige interviews in je resultatenhoofdstuk te zetten. Meestal verwerk je interviews op drie plekken.

In je methodehoofdstuk beschrijf je wie je hebt geïnterviewd, waarom, hoe lang de interviews duurden, hoe je respondenten hebt geworven en hoe je de data hebt geanalyseerd.

In je resultatenhoofdstuk presenteer je de belangrijkste thema’s, patronen en citaten uit de interviews.

In je bijlagen plaats je bijvoorbeeld je topiclijst, toestemmingsformulier en eventueel transcripties of samenvattingen.

In je resultatenhoofdstuk presenteer je de uitkomsten meestal niet interview voor interview. Je ordent de resultaten per thema of deelvraag.

Interviews analyseren: van transcript naar thema’s

Na het transcriberen ga je de interviews analyseren. Bij kwalitatief onderzoek gebeurt dat vaak door te coderen.

Een eenvoudige aanpak is:

  • Lees alle transcripties door.
  • Markeer relevante uitspraken.
  • Geef deze uitspraken codes.
  • Groepeer vergelijkbare codes.
  • Maak daar thema’s van.
  • Koppel de thema’s aan je deelvragen.
  • Vergelijk je bevindingen met je theoretisch kader.

Betrouwbaarheid en validiteit bij interviews

Bij interviews moet je laten zien dat je zorgvuldig hebt gewerkt. Je resultaten worden sterker als je jouw keuzes goed verantwoordt.

Je kunt de betrouwbaarheid en validiteit verbeteren door een duidelijke topiclijst te gebruiken, je vragen te koppelen aan je deelvragen en theorie, een proefinterview te doen en sturende vragen te vermijden.

Ook helpt het om interviews op dezelfde manier te openen en af te sluiten, interviews op te nemen en zorgvuldig te transcriberen, transparant te beschrijven hoe je respondenten hebt geselecteerd en je codes en thema’s systematisch vast te leggen.

Gebruik citaten ter onderbouwing en bespreek beperkingen eerlijk. Eventueel kun je een member check doen, waarbij je een samenvatting of interpretatie voorlegt aan respondenten om te controleren of je hen goed hebt begrepen.

Let op: bij kwalitatief onderzoek gaat het meestal niet om statistische generaliseerbaarheid. Je laat vooral zien dat je resultaten logisch, zorgvuldig en goed onderbouwd zijn.

Hoe beschrijf je interviews in je methodehoofdstuk?

In je methodehoofdstuk moet duidelijk zijn wat je hebt gedaan en waarom.

Beschrijf waarom interviews passen bij je onderzoeksvraag, welke interviewvorm je hebt gekozen, wie je hebt geïnterviewd, hoe je respondenten hebt geselecteerd en hoeveel interviews je hebt afgenomen.

Beschrijf ook hoe lang de interviews duurden, waar of hoe ze zijn afgenomen, hoe je toestemming en anonimiteit hebt geregeld, hoe je de interviews hebt getranscribeerd en hoe je de data hebt geanalyseerd.

Hulp nodig bij interviews voor je scriptie?

Loop je vast bij je interviewvragen, topiclijst, respondenten of analyse? Dan is dat heel normaal. Interviewonderzoek lijkt vaak simpel, maar je moet veel keuzes goed onderbouwen.

Bij Jouw Scriptiecoach helpen we je met het opzetten, uitvoeren en verwerken van je kwalitatieve onderzoek. We kunnen met je meekijken naar je onderzoeksopzet, interviewleidraad, methodehoofdstuk, codering en resultaten.

Zo weet je zeker dat je interviews aansluiten op je onderzoeksvraag en dat je de data op een goede manier verwerkt.

We schrijven je scriptie niet voor je, maar helpen je wel om grip te krijgen op je methode, interviews en analyse.

Vraag gerust een gratis adviesgesprek aan. Dan kijken we samen waar je vastloopt en wat nodig is om weer verder te komen.

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...