01 juli 2026
Resultaten verwerken en presenteren in je scriptie: zo schrijf je een sterk resultatenhoofdstuk
Je hebt je interviews gehouden, je enquête gesloten of je documenten geanalyseerd. Dan komt de volgende stap: je resultaten verwerken en presenteren in je scriptie.
Veel studenten lopen juist hier vast. Want wat zet je precies in het resultatenhoofdstuk? Moet je alleen beschrijven wat je hebt gevonden, of mag je ook al uitleggen wat het betekent? Hoe presenteer je tabellen, grafieken of citaten? En wat doe je als je resultaten anders zijn dan verwacht?
In dit artikel leggen we uit hoe je jouw onderzoeksresultaten verwerkt, structureert en helder presenteert. Of je nu kwalitatief, kwantitatief of mixed methods onderzoek hebt gedaan.
Wat zijn resultaten in je scriptie?
De resultaten van je scriptie zijn de uitkomsten van je onderzoek. Je laat zien wat je data hebben opgeleverd en hoe deze uitkomsten bijdragen aan het beantwoorden van je deelvragen, hypothesen of hoofdvraag.
Resultaten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
- thema’s uit interviews;
- citaten van respondenten;
- patronen uit observaties;
- uitkomsten van een enquête;
- gemiddelden, percentages of frequenties;
- verbanden tussen variabelen;
- verschillen tussen groepen;
- resultaten van statistische toetsen;
- bevindingen uit documentanalyse.
Belangrijk: je resultaten zijn niet hetzelfde als je ruwe data.
Een map vol interviewtranscripten, Excel-bestanden of ingevulde vragenlijsten is nog geen resultatenhoofdstuk. Je moet je data eerst ordenen, analyseren en vertalen naar duidelijke bevindingen.
Ruwe data, analyse en resultaten: wat is het verschil?
Ruwe data, analyse en resultaten worden vaak door elkaar gehaald. Toch betekenen ze alle drie iets anders, en juist dat verschil is belangrijk als je je resultatenhoofdstuk schrijft.
Ruwe data zijn de gegevens die je hebt verzameld tijdens je onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan interviewtranscripten, ingevulde enquêtes of observatieformulieren. Dit is dus het materiaal waarmee je begint.
Analyse gaat over wat je met die ruwe data doet. Je verwerkt de gegevens op een systematische manier, zodat je er betekenis uit kunt halen. Bij kwalitatief onderzoek kan dat bijvoorbeeld betekenen dat je interviews codeert of thema’s zoekt. Bij kwantitatief onderzoek kun je denken aan het berekenen van frequenties, het maken van vergelijkingen of het uitvoeren van een t-toets.
Resultaten zijn de belangrijkste bevindingen die uit je analyse naar voren komen. Je beschrijft dus niet zomaar alles wat je hebt gevonden, maar vooral de uitkomsten die helpen om je deelvragen of hoofdvraag te beantwoorden. Een resultaat kan bijvoorbeeld zijn: “Respondenten noemen vooral tijdsdruk en onduidelijke feedback als oorzaken van stress.”
Je resultatenhoofdstuk gaat dus niet over alles wat je hebt verzameld. Het draait om de belangrijkste uitkomsten die relevant zijn voor je onderzoeksvraag. Alles wat niet direct helpt om je deelvragen of hoofdvraag te beantwoorden, kun je meestal weglaten of eventueel opnemen in de bijlage.
Waar plaats je het resultatenhoofdstuk?
Het resultatenhoofdstuk komt meestal na je methodologie en vóór je conclusie en discussie.
Een veelgebruikte volgorde is:
- Inleiding
- Theoretisch kader
- Methodologie
- Resultaten
- Conclusie
- Discussie
- Aanbevelingen
In je methodologie leg je uit hoe je onderzoek hebt gedaan. In je resultatenhoofdstuk laat je zien wat dit onderzoek heeft opgeleverd. Pas daarna trek je conclusies en bespreek je de betekenis van je bevindingen.
De exacte volgorde kan per opleiding verschillen. Controleer daarom altijd je studiehandleiding of beoordelingsformulier.
Hoe structureer je je resultatenhoofdstuk?
Een goede structuur is belangrijk. Je lezer moet snel kunnen zien welke resultaten bij welke deelvraag, hypothese of methode horen.
Je kunt je resultatenhoofdstuk op verschillende manieren indelen.
1. Structuur per deelvraag
Dit is vaak de meest logische keuze. Je bespreekt per deelvraag welke resultaten daarbij horen.
Voorbeeld:
- 4.1 Resultaten deelvraag 1: ervaringen van studenten
- 4.2 Resultaten deelvraag 2: oorzaken van vertraging
- 4.3 Resultaten deelvraag 3: behoefte aan begeleiding
Deze structuur werkt goed als je deelvragen duidelijk zijn opgebouwd.
2. Structuur per thema
Bij kwalitatief onderzoek kun je je resultaten ook indelen per thema dat uit je analyse naar voren komt.
Voorbeeld:
- 4.1 Onduidelijkheid over verwachtingen
- 4.2 Gebrek aan planning
- 4.3 Behoefte aan persoonlijke feedback
Deze structuur werkt goed bij interviews, focusgroepen of open vragen.
3. Structuur per hypothese
Bij kwantitatief onderzoek kun je de resultaten indelen per hypothese.
Voorbeeld:
- 4.1 Hypothese 1: verband tussen werkdruk en motivatie
- 4.2 Hypothese 2: verschil tussen eerstejaars en derdejaars
- 4.3 Hypothese 3: effect van begeleiding op tevredenheid
Deze structuur werkt goed als je toetsend onderzoek doet.
4. Structuur per methode
Bij mixed methods onderzoek kun je soms indelen per methode.
Voorbeeld:
- 4.1 Resultaten enquête
- 4.2 Resultaten interviews
- 4.3 Vergelijking tussen enquête en interviews
Let op: zorg dan wel dat je de resultaten uiteindelijk met elkaar verbindt. Anders lijken het twee losse onderzoeken.
Resultaten verwerken bij kwalitatief onderzoek
Bij kwalitatief onderzoek werk je meestal met woorden, ervaringen, meningen of observaties. Denk aan interviews, focusgroepen, open vragen of documentanalyse.
Je verwerkt kwalitatieve resultaten vaak door te coderen. Je markeert belangrijke uitspraken, koppelt daar codes aan en groepeert die codes vervolgens in thema’s.
Voorbeeld:
Uit interviews met studenten komen deze thema’s naar voren:
- onduidelijke verwachtingen;
- moeite met plannen;
- gebrek aan feedback;
- stress door combinatie werk en studie.
In je resultatenhoofdstuk beschrijf je per thema wat je hebt gevonden. Je gebruikt daarbij korte citaten om je bevindingen te ondersteunen.
Voorbeeld kwalitatieve resultaatbeschrijving
Uit de interviews blijkt dat studenten vooral stress ervaren door onduidelijkheid over de verwachtingen tijdens het afstuderen. Meerdere respondenten geven aan dat zij niet goed weten wanneer hun scriptie “goed genoeg” is. Een respondent zegt hierover: “Ik wist steeds niet of ik op de goede weg zat, waardoor ik bleef twijfelen en uitstellen.”
Daarna kun je kort toelichten hoe vaak dit thema terugkwam, bijvoorbeeld:
Dit thema kwam terug in zeven van de tien interviews.
Zo combineer je inhoudelijke verdieping met structuur.
Resultaten verwerken bij kwantitatief onderzoek
Bij kwantitatief onderzoek werk je met cijfers. Denk aan enquêtegegevens, scores, gemiddelden, percentages, frequenties of statistische toetsen.
Je resultaten kunnen bijvoorbeeld bestaan uit:
- aantal respondenten;
- gemiddelde scores;
- percentages;
- standaarddeviaties;
- correlaties;
- regressie-uitkomsten;
- t-toetsen;
- ANOVA’s;
- significantieniveaus;
- verschillen tussen groepen.
Je beschrijft niet alleen de cijfers, maar maakt duidelijk wat de belangrijkste uitkomsten zijn.
Voorbeeld kwantitatieve resultaatbeschrijving
Van de 128 respondenten geeft 64% aan regelmatig stress te ervaren tijdens het afstuderen. De gemiddelde stressscore is 3,8 op een schaal van 1 tot 5. Daarnaast blijkt uit de correlatieanalyse dat er een positief verband bestaat tussen ervaren studiedruk en uitstelgedrag, r = .42, p < .01.
Bij kwantitatieve resultaten is het belangrijk dat je helder en objectief schrijft. Vermijd vage formuleringen zoals “veel respondenten” als je gewoon een percentage of aantal kunt noemen.
Hoe presenteer je tabellen, grafieken en figuren?
Tabellen, grafieken en figuren kunnen je resultaten veel duidelijker maken. Maar gebruik ze alleen als ze echt iets toevoegen.
Gebruik een tabel als je exacte cijfers wilt tonen, bijvoorbeeld gemiddelden, frequenties of toetsresultaten.
Gebruik een grafiek als je verschillen, trends of verhoudingen visueel wilt maken.
Gebruik een figuur als je een model, proces of overzicht wilt laten zien.
Let hierbij op:
- geef elke tabel of figuur een duidelijke titel;
- nummer tabellen en figuren;
- verwijs in de tekst naar elke tabel of figuur;
- leg kort uit wat de belangrijkste uitkomst is;
- zet geen overbodige tabellen in je tekst;
- plaats grote of minder belangrijke tabellen in de bijlage;
- gebruik dezelfde termen als in je onderzoeksvragen.
Schrijf dus niet:
“Zie onderstaande grafiek.”
Maar liever:
“Zoals te zien is in Figuur 1, geeft 64% van de respondenten aan regelmatig stress te ervaren tijdens het afstuderen.”
Je lezer moet begrijpen waarom je de tabel of figuur laat zien.
Hoe gebruik je citaten in je resultatenhoofdstuk?
Bij kwalitatief onderzoek kun je citaten gebruiken om je bevindingen te ondersteunen. Citaten maken je resultaten concreter en laten de stem van je respondent zien.
Gebruik citaten wel zorgvuldig.
Een goed citaat:
- ondersteunt een thema of bevinding;
- is kort en relevant;
- voegt iets toe aan je tekst;
- wordt niet gebruikt als losse opvulling;
- is geanonimiseerd als dat nodig is.
Voorbeeld:
Meerdere studenten geven aan dat zij behoefte hebben aan duidelijkere feedbackmomenten. Respondent 4 zegt hierover: “Als ik eerder had geweten waar ik op werd beoordeeld, had ik minder lang getwijfeld over mijn hoofdstukken.”
Gebruik niet te veel citaten. Jij moet de analyse blijven dragen. Citaten zijn ondersteuning, geen vervanging van je eigen resultaatbeschrijving.
Wat doe je met onverwachte resultaten?
Soms komen er resultaten uit je onderzoek die je niet had verwacht. Bijvoorbeeld:
- respondenten noemen een thema dat je vooraf niet had bedacht;
- je hypothese wordt niet bevestigd;
- twee groepen verschillen juist niet van elkaar;
- interviews spreken enquête-uitkomsten tegen;
- een probleem blijkt kleiner of groter dan verwacht.
Dat is niet meteen erg. Onverwachte resultaten kunnen juist interessant zijn.
In je resultatenhoofdstuk beschrijf je objectief wat je hebt gevonden. In je discussie kun je later uitgebreider ingaan op mogelijke verklaringen.
Voorbeeld:
Opvallend is dat respondenten met meer werkervaring niet minder stress rapporteren dan respondenten met minder werkervaring. Het verschil tussen beide groepen is niet statistisch significant.
Daarmee laat je de uitkomst zien zonder er al te veel betekenis aan te geven.
Wat als je geen significante resultaten hebt?
Veel studenten schrikken als een statistische toets niet significant is. Ze denken dan dat hun onderzoek “mislukt” is. Dat is niet zo.
Geen significant resultaat is ook een resultaat. Het betekent dat je op basis van jouw data geen statistisch bewijs hebt gevonden voor het verwachte verband of verschil.
Schrijf dus niet:
“Er is niets uitgekomen.”
Maar bijvoorbeeld:
“Er is geen significant verband gevonden tussen studiedruk en tevredenheid, r = .12, p = .18. Op basis van deze data kan de hypothese dat hogere studiedruk samenhangt met lagere tevredenheid niet worden bevestigd.”
In je discussie kun je daarna bespreken waarom dit mogelijk zo is. Misschien was je steekproef te klein, waren je variabelen anders gemeten dan in eerdere onderzoeken of speelt er een andere factor mee.
Resultaten, conclusie en discussie: wat is het verschil?
Studenten halen resultaten, conclusie en discussie vaak door elkaar. Logisch, want deze onderdelen liggen dicht bij elkaar. Toch hebben ze elk een eigen functie in je scriptie.
In je resultatenhoofdstuk presenteer je zo objectief mogelijk wat er uit je analyse komt. Je laat zien wat je hebt gevonden, zonder daar al te veel betekenis aan te geven. Een resultaat kan bijvoorbeeld zijn: “64% van de respondenten ervaart regelmatig stress.” Je beschrijft dus wat je data laten zien.
In je conclusie beantwoord je je hoofdvraag op basis van de resultaten. Hier breng je de belangrijkste bevindingen samen en trek je daar een duidelijke conclusie uit. Bijvoorbeeld: “De belangrijkste oorzaken van scriptiestress zijn onduidelijke verwachtingen en gebrek aan planning.” De conclusie is dus geen herhaling van al je resultaten, maar een antwoord op je onderzoeksvraag.
In je discussie ga je een stap verder. Je interpreteert je resultaten en bespreekt wat ze betekenen. Ook kijk je naar mogelijke beperkingen van je onderzoek. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat een uitkomst aansluit bij eerdere literatuur, maar dat deze voorzichtig moet worden geïnterpreteerd omdat je steekproef klein was.
In je resultatenhoofdstuk blijf je dus zo objectief mogelijk. Je geeft weer wat je hebt gevonden. De bredere betekenis, mogelijke verklaringen en beperkingen horen vooral thuis in je discussie.
Bij sommige hbo-opleidingen lopen resultaten en analyse iets meer door elkaar. Kijk daarom altijd goed naar de eisen van jouw opleiding. Maar ook dan geldt: maak duidelijk onderscheid tussen wat je data laten zien en wat jij daaruit concludeert.
Deelconclusies formuleren
Aan het einde van een paragraaf kun je een korte deelconclusie opnemen. Daarmee vat je samen wat de resultaten betekenen voor die specifieke deelvraag of hypothese.
Een deelconclusie is kort. Meestal één tot drie zinnen.
Voorbeeld:
De resultaten laten zien dat studenten vooral behoefte hebben aan duidelijkere verwachtingen en vaste feedbackmomenten. Daarmee wordt deelvraag 1 beantwoord: de belangrijkste knelpunten in de begeleiding zijn onduidelijkheid, wisselende feedback en gebrek aan structuur.
Let op: een deelconclusie is nog niet je eindconclusie. In je eindconclusie breng je alle deelconclusies samen om je hoofdvraag te beantwoorden.
Hoe lang moet het resultatenhoofdstuk zijn?
Er is geen vaste lengte voor het resultatenhoofdstuk. De lengte hangt af van je onderzoek, het aantal deelvragen, je methode en de hoeveelheid relevante data.
Bij sommige scripties is het resultatenhoofdstuk relatief kort. Bij andere scripties, vooral met veel interviews of statistische analyses, is het uitgebreider.
Een praktische richtlijn is: je resultatenhoofdstuk moet lang genoeg zijn om je deelvragen of hypothesen goed te beantwoorden, maar niet zo lang dat je alle ruwe data bespreekt.
Alles wat niet nodig is voor de beantwoording van je hoofdvraag, hoort niet in de hoofdtekst.
Stappenplan: resultaten verwerken en presenteren
Stap 1: Verzamel je ruwe data
Zorg dat je alle data compleet hebt. Denk aan interviewtranscripten, enquêteresultaten, observatieformulieren of documenten.
Stap 2: Controleer je data
Bekijk of je data bruikbaar zijn. Zijn er incomplete enquêtes? Zijn interviews goed getranscribeerd? Zijn er dubbele of onlogische antwoorden?
Stap 3: Analyseer je data
Bij kwalitatief onderzoek ga je coderen en thema’s zoeken. Bij kwantitatief onderzoek bereken je bijvoorbeeld frequenties, gemiddelden, verbanden of verschillen.
Stap 4: Kies je structuur
Bepaal of je je hoofdstuk indeelt per deelvraag, thema, hypothese of methode.
Stap 5: Selecteer alleen relevante resultaten
Neem alleen resultaten op die helpen om je deelvragen of hoofdvraag te beantwoorden.
Stap 6: Presenteer je resultaten helder
Gebruik tekst, tabellen, grafieken of citaten. Zorg dat elke tabel, figuur of citaat een duidelijke functie heeft.
Stap 7: Formuleer korte deelconclusies
Vat per deelvraag, thema of hypothese samen wat de belangrijkste uitkomst is.
Stap 8: Bewaar interpretatie voor conclusie en discussie
Beschrijf je resultaten objectief. De betekenis, verklaring en beperkingen bespreek je later.
Checklist voor je resultatenhoofdstuk
Controleer je resultatenhoofdstuk met deze checklist:
- Is duidelijk welke resultaten bij welke deelvraag, hypothese of thema horen?
- Heb ik alleen relevante resultaten opgenomen?
- Is mijn structuur logisch en overzichtelijk?
- Maak ik onderscheid tussen ruwe data, analyse en resultaten?
- Beschrijf ik kwalitatieve resultaten met thema’s en passende citaten?
- Beschrijf ik kwantitatieve resultaten met cijfers, tabellen of grafieken?
- Verwijs ik in de tekst naar elke tabel en figuur?
- Heb ik onverwachte of niet-significante resultaten eerlijk benoemd?
- Blijf ik objectief in mijn resultatenhoofdstuk?
- Bewaar ik interpretatie voor conclusie en discussie?
- Heb ik korte deelconclusies geformuleerd waar dat logisch is?
- Sluiten mijn resultaten aan op mijn hoofdvraag en deelvragen?
Kun je deze vragen met ja beantwoorden? Dan heb je waarschijnlijk een stevig en goed onderbouwd resultatenhoofdstuk geschreven.
Hulp nodig bij je resultaten?
Het verwerken van resultaten is vaak één van de lastigste onderdelen van je scriptie. Je hebt data verzameld, maar moet daar nu een helder verhaal van maken. Dat vraagt om structuur, analyse en keuzes.
Bij Jouw Scriptiecoach kijken we met je mee naar je resultatenhoofdstuk, je tabellen, grafieken, citaten en deelconclusies. Ook kunnen we helpen als je vastloopt met SPSS, statistiek, coderen of het interpreteren van je data.
Tijdens een gratis en vrijblijvend adviesgesprek bekijken we waar je nu staat, waar je op vastloopt en welke begeleiding jou verder kan helpen. Zo weet je snel welke stappen nodig zijn om weer grip te krijgen op je scriptie.
Gratis vrijblijvend adviesgesprek
Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.
Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.
EN