Terug naar scriptietips

17 juli 2026

Probleemstelling formuleren voor je scriptie: zo maak je je onderzoek scherp

Heb je een onderwerp gekozen en al veel informatie verzameld, maar krijg je toch feedback dat je onderzoek nog niet scherp genoeg is? Dan ligt het probleem vaak bij de probleemstelling.

Misschien weet je dat je iets wilt onderzoeken rondom werkdruk, klanttevredenheid, communicatie of studiesucces. Maar daarmee heb je nog geen probleemstelling. Dat zijn onderwerpen. Je probleemstelling maakt duidelijk welk concreet probleem binnen dat onderwerp centraal staat, welke kennis nog ontbreekt en waarom onderzoek nodig is.

Een goede probleemstelling geeft richting aan de rest van je scriptie. Vanuit deze formulering werk je verder naar je doelstelling, hoofdvraag, deelvragen en onderzoeksmethode.

In dit artikel lees je wat een probleemstelling precies is, hoe je haar formuleert en hoe je voorkomt dat je probleemstelling te vaag, te breed of al te veel op een oplossing gericht is.

Handvatten voor de probleemstelling in je scriptie
Dit artikel werd geschreven door:

Marijke van Bokhoven

Wat is een probleemstelling?

Een probleemstelling is een korte en concrete omschrijving van het centrale probleem dat je in je scriptie onderzoekt.

Je vat samen:

  • wat er aan de hand is;
  • voor wie of binnen welke context het probleem speelt;
  • welke kennis nog ontbreekt;
  • waarom onderzoek naar dit probleem nodig is.

De probleemstelling is geen uitgebreide beschrijving van alles wat je over het onderwerp hebt gevonden. Die verdieping staat in je probleemanalyse. In de probleemstelling breng je de belangrijkste uitkomsten van die analyse terug tot de kern.

Een probleemstelling kan bijvoorbeeld zijn:

Binnen organisatie X is onvoldoende bekend welke factoren bijdragen aan het vroegtijdige vertrek van nieuwe servicemedewerkers, waardoor de organisatie geen gerichte maatregelen kan nemen om hen langer te behouden.

Deze formulering maakt duidelijk waar het onderzoek plaatsvindt, wat nog onbekend is en waarom dat gebrek aan kennis een probleem vormt.

Een goede probleemstelling is dus meer dan de mededeling dat iets niet goed gaat. Je maakt ook duidelijk welk inzicht nodig is om het probleem beter te kunnen begrijpen of aanpakken.

Waar staat de probleemstelling in je scriptie?

De probleemstelling staat meestal in de inleiding van je scriptie. Vaak komt deze na de aanleiding en probleemanalyse en vóór de doelstelling en onderzoeksvragen.

Een logische opbouw is:

  1. Aanleiding
  2. Context en probleemanalyse
  3. Probleemstelling
  4. Doelstelling
  5. Hoofdvraag en deelvragen
  6. Afbakening
  7. Korte vooruitblik op de onderzoeksaanpak
  8. Leeswijzer

Bij veel opleidingen neem je de probleemstelling ook op in je onderzoeksvoorstel of plan van aanpak. Soms komt een verkorte versie terug in de samenvatting.

Controleer altijd de afstudeerhandleiding van je opleiding. De begrippen en gewenste volgorde kunnen per opleiding verschillen.

Van aanleiding naar probleemstelling en hoofdvraag

De aanleiding, probleemanalyse, probleemstelling, doelstelling en hoofdvraag hangen nauw met elkaar samen. Toch heeft ieder onderdeel een andere functie.

De aanleiding beschrijft waarom het onderwerp op dit moment aandacht krijgt. Er is bijvoorbeeld sprake van teruglopende verkoop, veel klachten of een opvallend hoog personeelsverloop.

In de probleemanalyse onderzoek je wat er precies speelt. Je verzamelt informatie over de situatie, betrokkenen, oorzaken, gevolgen en bestaande kennis. Ook breng je in kaart wat nog niet bekend is.

De probleemstelling vat het centrale onderzoeksprobleem samen. De doelstelling beschrijft welk inzicht het onderzoek moet opleveren. De hoofdvraag vertaalt dit doel naar de centrale vraag die je met het onderzoek gaat beantwoorden.

Een voorbeeld:

Aanleiding

Steeds meer nieuwe medewerkers verlaten zorgorganisatie X binnen hun eerste jaar.

Probleemanalyse

Uit interne cijfers blijkt dat het vertrek vooral voorkomt binnen twee teams. In exitgesprekken noemen medewerkers onder andere onduidelijke verwachtingen en beperkte begeleiding. Het is echter niet bekend welke onderdelen van het inwerktraject daarbij de grootste rol spelen.

Probleemstelling

Zorgorganisatie X heeft onvoldoende inzicht in hoe nieuwe medewerkers binnen team A en B het inwerktraject ervaren en welke knelpunten bijdragen aan hun vroegtijdige vertrek.

Doelstelling

Het doel van het onderzoek is inzicht krijgen in de ervaringen en knelpunten van nieuwe medewerkers tijdens het inwerktraject, zodat de organisatie de begeleiding gerichter kan verbeteren.

Hoofdvraag

Hoe ervaren nieuwe medewerkers binnen team A en B van zorgorganisatie X het inwerktraject en welke knelpunten dragen volgens hen bij aan vroegtijdig vertrek?

Deze onderdelen vertellen samen één logisch verhaal. De probleemstelling vormt daarbij de verbinding tussen je uitgebreide probleemanalyse en je centrale onderzoeksvraag.

Wat is het verschil tussen een praktijkprobleem en een kennisprobleem?

Vooral bij hbo-scripties begint het onderzoek vaak bij een praktijkprobleem. Er gaat iets mis binnen een organisatie of beroepspraktijk.

Voorbeelden van praktijkproblemen zijn:

  • klanten haken af tijdens het bestelproces;
  • medewerkers ervaren een hoge werkdruk;
  • studenten lopen vertraging op;
  • cliënten maken weinig gebruik van een aangeboden dienst;
  • interne afspraken worden niet consequent uitgevoerd.

Je kunt zo’n praktijkprobleem meestal niet direct met één scriptie oplossen. Eerst moet duidelijk worden waarom het probleem bestaat, welke factoren een rol spelen of wat een doelgroep precies nodig heeft.

Dat ontbrekende inzicht noemen we het kennisprobleem.

Bijvoorbeeld:

Praktijkprobleem

Veel nieuwe klanten stoppen tijdens het online aanmeldproces.

Kennisprobleem

De organisatie weet niet op welk moment klanten afhaken en welke informatie of ondersteuning zij op dat moment missen.

Probleemstelling

Organisatie X heeft onvoldoende inzicht in de knelpunten en informatiebehoeften van nieuwe klanten tijdens het online aanmeldproces, waardoor onduidelijk is waarom een groot deel de aanmelding niet afrondt.

De zin Veel klanten ronden hun aanmelding niet af beschrijft alleen wat er in de praktijk gebeurt. De probleemstelling laat daarnaast zien wat nog onderzocht moet worden.

Het kennisprobleem is daarom vaak het belangrijkste aanknopingspunt voor je hoofdvraag.

Probleemstelling als zin of als vraag?

De term probleemstelling wordt niet bij iedere opleiding op dezelfde manier gebruikt.

Sommige opleidingen bedoelen met de probleemstelling een beschrijvende zin of korte alinea waarin je het onderzoeksprobleem samenvat. De hoofdvraag is dan de centrale onderzoeksvraag.

Andere opleidingen gebruiken probleemstelling en hoofdvraag bijna als synoniemen en verwachten dat je de probleemstelling als vraag formuleert.

Een veelgebruikte indeling is:

Probleemstelling

Binnen organisatie X is onvoldoende bekend welke factoren bijdragen aan de lage deelname van medewerkers aan interne trainingen.

Hoofdvraag

Welke factoren beïnvloeden de deelname van medewerkers van organisatie X aan interne trainingen?

Controleer dus altijd welke definitie jouw opleiding hanteert. Neem bij twijfel de terminologie uit de afstudeerhandleiding of beoordelingsrubric over.

Waar moet een goede probleemstelling aan voldoen?

Een sterke probleemstelling is bondig en concreet, maar bevat wel genoeg informatie om het onderzoek te kunnen begrijpen.

De context is duidelijk

Maak duidelijk waar het probleem speelt en wie erbij betrokken zijn.

Bijvoorbeeld:

Binnen de klantenservice van organisatie X is onvoldoende duidelijk welke informatie medewerkers nodig hebben bij de overdracht van complexe klantvragen.

Het probleem is afgebakend

Je kunt niet alles binnen één onderzoek behandelen. Beperk je probleem bijvoorbeeld op basis van:

  • doelgroep;
  • organisatie of afdeling;
  • locatie;
  • periode;
  • product of dienst;
  • proces;
  • communicatiekanaal;
  • specifiek thema.

Een scherpe afbakening maakt het onderzoek haalbaarder en helpt je om later een passende methode te kiezen.

Het kennistekort is herkenbaar

Laat zien wat nog onbekend is. Je kunt daarvoor formuleringen gebruiken als:

  • Er is onvoldoende inzicht in…
  • Het is niet duidelijk welke factoren…
  • De organisatie weet niet waarom…
  • Er ontbreekt kennis over…
  • Het is nog niet onderzocht hoe…
  • Het is onbekend welke behoeften…

Gebruik deze formuleringen niet automatisch in iedere probleemstelling, maar zorg wel dat het ontbrekende inzicht herkenbaar is.

De relevantie blijkt uit de formulering

De lezer moet begrijpen waarom onderzoek nodig is. Maak daarom waar relevant duidelijk wat de gevolgen van het kennistekort zijn.

Bijvoorbeeld:

Binnen organisatie X is onvoldoende bekend waarom starters weinig gebruikmaken van de aangeboden begeleiding, waardoor de organisatie niet weet hoe zij het programma beter kan laten aansluiten op hun behoeften.

Je hoeft niet alle gevolgen uitgebreid in één zin te verwerken. De probleemstelling moet wel logisch aansluiten op de relevantie die je eerder in de inleiding of probleemanalyse hebt onderbouwd.

De probleemstelling is onderzoekbaar

Je moet gegevens kunnen verzamelen waarmee je het ontbrekende inzicht kunt verkrijgen.

Een probleemstelling als De samenleving is onvoldoende duurzaam is te breed en te abstract. Het is niet duidelijk welke situatie je onderzoekt of welke informatie ontbreekt.

Een onderzoekbare formulering is:

Gemeente X heeft onvoldoende inzicht in de redenen waarom bewoners van wijk Y weinig gebruikmaken van het lokale deelmobiliteitsprogramma.

De probleemstelling bevat nog geen vaststaande oplossing

Ga niet direct uit van een middel of interventie. Uit het onderzoek kan later blijken of een app, intranet, nieuwsbrief of andere aanpak passend is.

De doelstelling en hoofdvraag volgen er logisch uit

Na het lezen van de probleemstelling moet ongeveer duidelijk zijn welk soort inzicht je onderzoek moet opleveren.

Wanneer je probleemstelling gaat over ontbrekende kennis rondom werkdruk, maar je hoofdvraag vervolgens alleen over klanttevredenheid gaat, ontbreekt de samenhang.

Controleer daarom steeds of je probleemstelling, doelstelling en hoofdvraag over hetzelfde centrale probleem, dezelfde doelgroep en dezelfde context gaan.

Stappenplan voor het formuleren van je probleemstelling

Stap 1: voer eerst een probleemanalyse uit

Begin niet met het bedenken van één goede zin. Verzamel eerst voldoende informatie over de situatie.

Vraag jezelf af:

  • Wat is de aanleiding?
  • Wat gaat er precies mis?
  • Waaruit blijkt dat?
  • Wie ervaart het probleem?
  • Wie ondervindt de gevolgen?
  • Welke gevolgen zijn er?
  • Wat is al geprobeerd?
  • Wat weten we al?
  • Wat is nog onbekend?
  • Waarom moet juist dat ontbrekende onderdeel onderzocht worden?

Gebruik bijvoorbeeld interne documenten, cijfers, oriënterende gesprekken, literatuur en deskresearch om het probleem te onderbouwen.

Stap 2: bepaal het centrale probleem

In een probleemanalyse komen vaak verschillende signalen naar voren. Je kunt echter niet alle problemen in één scriptie onderzoeken.

Stel dat uit je eerste verkenning blijkt dat:

  • klanten afhaken tijdens het aanvraagproces;
  • medewerkers verschillende uitleg geven;
  • de website verouderde informatie bevat;
  • klanten vaak dezelfde vragen stellen;
  • er geen inzicht is in het gedrag van websitebezoekers.

Kies dan welk probleem of kennistekort centraal staat. Mogelijk is het kernprobleem dat de organisatie niet weet welke informatie klanten nodig hebben om de aanvraag af te ronden.

Andere signalen kunnen het kernprobleem ondersteunen, maar hoeven niet allemaal afzonderlijk in je probleemstelling te staan.

Stap 3: scheid het praktijkprobleem van het kennisprobleem

Schrijf eerst op wat er zichtbaar misgaat. Daarna schrijf je op wat nog onbekend is.

Bijvoorbeeld:

Wat gaat er mis?

Nieuwe medewerkers verlaten de organisatie vaak binnen negen maanden.

Wat is onbekend?

Het is niet duidelijk welke ervaringen tijdens het inwerktraject bijdragen aan hun besluit om te vertrekken.

Je probleemstelling richt zich vervolgens vooral op het ontbrekende inzicht.

Stap 4: baken het probleem af

Bepaal wie en wat je precies onderzoekt.

Bijvoorbeeld:

De afdeling HR van organisatie X heeft onvoldoende inzicht in de begeleidingsbehoeften van medewerkers die korter dan één jaar in dienst zijn.

Vraag jezelf ook af wat je bewust niet onderzoekt. Beperk je je bijvoorbeeld tot één afdeling, één leeftijdsgroep of één fase van het klantproces? Beschrijf die afbakening in de inleiding en zorg dat je probleemstelling ermee overeenkomt.

Stap 5: controleer de relevantie

Vraag jezelf af:

  • Wat gebeurt er wanneer het probleem blijft bestaan?
  • Wie merkt daar iets van?
  • Welke beslissing kan nog niet goed worden genomen?
  • Wat kan de organisatie met de uitkomsten van het onderzoek?
  • Waarom is meer kennis nodig?

Niet ieder klein ongemak is voldoende relevant voor een volledig afstudeeronderzoek. Je moet aannemelijk maken dat het onderzoek betekenis heeft voor de organisatie, beroepspraktijk, doelgroep of wetenschap.

Stap 6: formuleer de probleemstelling kort

Een probleemstelling bestaat vaak uit één zin. Bij een ingewikkelder probleem kan een korte alinea duidelijker zijn.

Een bruikbare basisformulering is:

[Organisatie of doelgroep] heeft onvoldoende inzicht in [ontbrekende kennis], waardoor [gevolg of belemmering].

Bijvoorbeeld:

Opleiding X heeft onvoldoende inzicht in de redenen waarom tweedejaarsstudenten weinig gebruikmaken van de aangeboden studiebegeleiding, waardoor onduidelijk is hoe de ondersteuning beter op hun behoeften kan aansluiten.

Gebruik dit niet als een verplicht invulformat. De formulering moet vooral natuurlijk, duidelijk en passend bij jouw onderzoek zijn.

Stap 7: toets de samenhang

Leg je probleemstelling naast je doelstelling en hoofdvraag.

Controleer of:

  • dezelfde doelgroep centraal staat;
  • hetzelfde probleem wordt onderzocht;
  • dezelfde context wordt gebruikt;
  • het onderzoeksdoel aansluit op het kennistekort;
  • de hoofdvraag met onderzoek te beantwoorden is;
  • je met het antwoord op de hoofdvraag daadwerkelijk meer inzicht krijgt in de probleemstelling.

Pas niet alleen je hoofdvraag aan wanneer de samenhang ontbreekt. Soms ligt de onduidelijkheid al in de probleemstelling of probleemanalyse.

Hulp nodig bij je probleemstelling?

Loop je vast omdat je onderwerp nog te breed is? Wil je opdrachtgever direct naar een oplossing toe? Of krijg je van je begeleider terug dat het probleem en de hoofdvraag nog niet goed op elkaar aansluiten?

Bij Jouw Scriptiecoach helpen we je om van een breed onderwerp naar een concrete, relevante en onderzoekbare probleemstelling te komen. We kijken niet alleen naar die ene zin, maar ook naar de onderliggende probleemanalyse, het praktijkprobleem, het kennistekort, de doelstelling en je onderzoeksvragen.

Zo voorkom je dat je later ontdekt dat je methode niet bij je hoofdvraag past of dat je conclusie geen duidelijk antwoord geeft op het oorspronkelijke probleem.

Tijdens een gratis adviesgesprek bekijken we waar je nu vastloopt en welke begeleiding je nodig hebt om met een stevige onderzoeksbasis verder te gaan.

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...