Terug naar scriptietips

01 juli 2026

Steekproef bepalen voor je scriptie: zo kies je de juiste respondenten

Moet je een steekproef bepalen voor je scriptie en weet je niet goed waar je moet beginnen? Dan ben je niet de enige. Veel studenten lopen vast op vragen als: wie moet ik precies onderzoeken, hoeveel mensen heb ik nodig en wanneer is mijn steekproef goed genoeg?

Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar de basis is goed te begrijpen.

Bij een steekproef onderzoek je niet iedereen uit je doelgroep, maar een deel daarvan. Je kiest dus een groep respondenten, documenten, klanten, medewerkers of cases die je gaat onderzoeken. Die keuze moet je wel goed kunnen uitleggen. Want als je steekproef niet past bij je onderzoeksvraag, worden je resultaten minder sterk.

In dit blog lees je wat een steekproef is, hoe je je populatie bepaalt, welke steekproefmethoden er zijn en hoe je jouw keuze begrijpelijk verantwoordt in je scriptie.

Tips en stappenplan bij het trekken van een goede steekproef
Dit artikel werd geschreven door:

Mathilde van Rossum

Wat is een steekproef?

Een steekproef is een selectie uit een grotere groep. Die grotere groep noem je de populatie.

Voorbeeld:

Je wilt onderzoeken hoe tevreden klanten van organisatie X zijn over de online dienstverlening.

  • Populatie: alle klanten van organisatie X die de online dienstverlening gebruiken.
  • Steekproef: de klanten die jouw enquête daadwerkelijk invullen.

Je onderzoekt dus niet iedereen, maar een deel van de groep waarover je iets wilt zeggen.

Een steekproef gebruik je omdat het vaak niet haalbaar is om de hele populatie te onderzoeken. Je kunt meestal niet alle klanten, medewerkers, studenten of patiënten spreken. Daarom kies je een selectie.

Populatie, steekproef en steekproefkader

Populatie, steekproef en steekproefkader worden vaak door elkaar gehaald. Toch betekenen ze alle drie iets anders, en dat verschil is belangrijk voor je methodehoofdstuk.

  • De populatie is de volledige groep waarover je iets wilt zeggen. Onderzoek je bijvoorbeeld klanten van organisatie X? Dan bestaat je populatie uit alle klanten van die organisatie.
  • De steekproef is de groep die je daadwerkelijk onderzoekt. Dat zijn dus niet per se alle klanten, maar bijvoorbeeld de 120 klanten die jouw enquête invullen.
  • Het steekproefkader is de lijst of bron waaruit je je respondenten selecteert. Denk bijvoorbeeld aan een klantenbestand met e-mailadressen. Vanuit dat bestand bepaal je wie je uitnodigt om mee te doen aan je onderzoek.

Het steekproefkader is belangrijk, omdat het invloed kan hebben op je resultaten. Als je steekproefkader niet compleet is, bereik je mogelijk niet je hele populatie. Stel dat je uitspraken wilt doen over alle klanten van organisatie X, maar je hebt alleen e-mailadressen van klanten die de nieuwsbrief ontvangen. Dan mis je een deel van je populatie.

Dat betekent niet meteen dat je onderzoek onbruikbaar is, maar je moet het wel benoemen als beperking. Je laat daarmee zien dat je kritisch kijkt naar de reikwijdte van je onderzoek en naar de vraag voor welke groep je resultaten eigenlijk gelden.

Wanneer gebruik je een steekproef?

Je gebruikt een steekproef als je niet de hele populatie kunt onderzoeken.

Dat gebeurt bijvoorbeeld bij:

  • enquêtes onder klanten;
  • interviews met medewerkers;
  • observaties in klassen;
  • onderzoek onder studenten;
  • analyse van dossiers;
  • onderzoek naar patiënten of cliënten;
  • klanttevredenheidsonderzoek;
  • marktonderzoek;
  • documentanalyse.

Bij kwantitatief onderzoek, zoals enquêtes, wil je vaak dat je steekproef zo representatief mogelijk is. Bij kwalitatief onderzoek, zoals interviews, gaat het meestal meer om diepgang en relevante ervaringen dan om representativiteit in cijfers.

Stap 1: Bepaal je populatie

Begin met de vraag: over wie of wat wil ik straks iets zeggen?

Maak je populatie zo concreet mogelijk.

Een goede populatie is afgebakend op bijvoorbeeld:

  • doelgroep;
  • organisatie;
  • afdeling;
  • periode;
  • locatie;
  • leeftijd;
  • klanttype;
  • ervaring;
  • functie;
  • gebruik van een product of dienst.

Hoe scherper je populatie, hoe makkelijker je steekproef wordt.

Stap 2: Bepaal of je representatieve uitspraken wilt doen

Dit is een belangrijke keuze.

Wil je iets zeggen over de hele populatie? Dan heb je meestal een aselecte en zo representatief mogelijke steekproef nodig.

Wil je vooral dieper begrijpen hoe bepaalde mensen iets ervaren? Dan is een selecte steekproef vaak voldoende.

Zie hieronder twee voorbeelden: 

Kwantitatief onderzoek:
Je wilt weten welk percentage klanten tevreden is over de klantenservice. Dan wil je graag dat je steekproef lijkt op de totale klantengroep.

Kwalitatief onderzoek:
Je wilt begrijpen waarom klanten ontevreden zijn. Dan kies je misschien bewust klanten die recent een klacht hebben ingediend. Dat is niet representatief voor alle klanten, maar wel relevant voor je onderzoek.

Stap 3: Kies een steekproefmethode

Er zijn veel steekproefmethoden, maar je hoeft ze niet allemaal uit je hoofd te kennen. Het belangrijkste is dat je begrijpt of je steekproef aselect of select is.

Aselecte steekproef

Bij een aselecte steekproef heeft iedereen uit de populatie een bekende of gelijke kans om gekozen te worden. Je selecteert dus willekeurig.

Dit gebruik je vooral als je representatieve uitspraken wilt doen over de populatie.

Voorbeelden van aselecte steekproeven:

Enkelvoudige aselecte steekproef

Je kiest willekeurig respondenten uit de hele populatie.

Voorbeeld: Je hebt een lijst met 2.000 klanten en selecteert daar willekeurig 250 klanten uit.

Systematische steekproef

Je kiest bijvoorbeeld elke tiende persoon uit een lijst.

Voorbeeld: Je selecteert elke 10e klant uit een klantenbestand.

Gestratificeerde steekproef

Je verdeelt de populatie eerst in groepen, bijvoorbeeld leeftijd, geslacht, opleiding of klanttype. Daarna trek je uit elke groep een steekproef. Dit is handig als je wilt dat belangrijke subgroepen goed vertegenwoordigd zijn. 

Voorbeeld: Je onderzoekt klanttevredenheid en wilt dat zowel particuliere als zakelijke klanten in je steekproef voorkomen. Dan trek je uit beide groepen respondenten.

Clustersteekproef

Je kiest niet losse personen, maar groepen of clusters.

Voorbeeld: Je onderzoekt studenten en kiest willekeurig vijf klassen of drie opleidingen om mee te doen.

Selecte steekproef

Bij een selecte steekproef heeft niet iedereen uit de populatie een gelijke kans om gekozen te worden. Je selecteert respondenten bijvoorbeeld omdat ze makkelijk bereikbaar zijn, aan bepaalde kenmerken voldoen of relevante ervaring hebben. Dit gebruik je vaak bij kwalitatief onderzoek of als een aselecte steekproef praktisch niet haalbaar is.

Voorbeelden van selecte steekproeven:

Gemakssteekproef

Je kiest respondenten die makkelijk bereikbaar zijn.

Voorbeeld: Je interviewt medewerkers die beschikbaar zijn tijdens je stageperiode.

Doelgerichte steekproef

Je kiest respondenten omdat zij specifieke kennis, ervaring of kenmerken hebben.

Voorbeeld: Je interviewt klanten die in de afgelopen drie maanden een klacht hebben ingediend, omdat zij veel kunnen vertellen over knelpunten in de dienstverlening.

Sneeuwbalsteekproef

Je vraagt respondenten of zij andere geschikte respondenten kennen.

Voorbeeld: Je onderzoekt een moeilijk bereikbare doelgroep en komt via één respondent bij andere respondenten terecht.

Quotasteekproef

Je zorgt dat bepaalde groepen in je steekproef voorkomen, maar je kiest de respondenten niet volledig willekeurig.

Voorbeeld: Je wilt 20 mannen en 20 vrouwen spreken, maar selecteert ze via je eigen netwerk of bestaande contacten.

Stap 4: Bepaal je steekproefgrootte

Veel studenten willen één simpel antwoord op de vraag: hoeveel respondenten heb ik nodig?

Helaas hangt dat af van je onderzoek.

Bij kwantitatief onderzoek hangt de steekproefgrootte onder andere af van:

  • hoe groot je populatie is;
  • hoe betrouwbaar je uitspraken moeten zijn;
  • hoeveel foutmarge acceptabel is;
  • hoeveel subgroepen je wilt vergelijken;
  • hoeveel respons je verwacht;
  • wat je opleiding vraagt.

Bij kwalitatief onderzoek gaat het minder om aantallen en meer om inhoudelijke verzadiging. Dat betekent dat je doorgaat totdat nieuwe interviews weinig nieuwe informatie opleveren. In de praktijk stelt je opleiding vaak wel een minimumaantal interviews.

Voor hbo-scripties geldt vaak: kies een realistisch aantal en onderbouw waarom dat past bij je onderzoeksvraag en beschikbare tijd.

Stap 5: Denk na over respons en non-respons

De steekproef die je benadert is niet altijd dezelfde groep als de steekproef die uiteindelijk meedoet.

Voorbeeld:

Je stuurt je enquête naar 300 klanten.
120 klanten vullen hem in.
Dan is je bruikbare respons 120.

Non-respons betekent dat mensen niet reageren of niet meedoen. Dat kan je resultaten vertekenen.

Voorbeeld:

Als vooral tevreden klanten je enquête invullen, lijkt de klanttevredenheid misschien hoger dan die echt is. Als vooral ontevreden klanten reageren, lijkt die juist lager.

Beschrijf daarom:

  • hoeveel mensen je hebt benaderd;
  • hoeveel mensen hebben gereageerd;
  • hoeveel reacties bruikbaar waren;
  • of bepaalde groepen ondervertegenwoordigd zijn;
  • wat dit betekent voor je resultaten.

Stap 6: Controleer representativiteit

Representativiteit betekent dat je steekproef lijkt op de populatie op kenmerken die belangrijk zijn voor je onderzoek.

Je kunt representativiteit controleren door je steekproef te vergelijken met de populatie op kenmerken zoals:

  • leeftijd;
  • geslacht, als relevant;
  • klanttype;
  • functie;
  • afdeling;
  • regio;
  • opleidingsniveau;
  • gebruikservaring;
  • aankoopfrequentie.

Stap 7: Beschrijf je steekproef in je methodehoofdstuk

In je methodehoofdstuk leg je uit welke keuzes je hebt gemaakt.

Benoem bijvoorbeeld:

  • wat je populatie is;
  • wat je steekproefkader is;
  • welke steekproefmethode je hebt gebruikt;
  • waarom deze methode past bij je onderzoek;
  • hoeveel respondenten je hebt benaderd;
  • hoeveel respondenten hebben meegedaan;
  • welke kenmerken je respondenten hebben;
  • hoe je respondenten hebt geworven;
  • hoe je omgaat met non-respons;
  • wat de beperkingen zijn van je steekproef.

Welke steekproefmethode past bij jouw scriptie?

Welke steekproefmethode het beste past, hangt af van het doel van je onderzoek. Je kiest dus niet zomaar een methode, maar kijkt eerst naar wat je wilt meten, begrijpen of vergelijken.

  • Wil je met een enquête onder klanten percentages meten? Dan past een aselecte steekproef of gestratificeerde steekproef vaak goed. Daarmee probeer je een zo representatief mogelijk beeld te krijgen van de totale groep.
  • Doe je interviews met experts? Dan ligt een doelgerichte steekproef meer voor de hand. Je kiest dan bewust respondenten die veel weten over jouw onderwerp. Ook bij onderzoek naar klachten of specifieke ervaringen is een doelgerichte steekproef vaak logisch, omdat je juist mensen wilt spreken die met het onderwerp te maken hebben.
  • Onderzoek je een moeilijk bereikbare doelgroep? Dan kan een sneeuwbalsteekproef passend zijn. Je begint dan met een paar respondenten en vraagt of zij weer andere geschikte deelnemers kennen.
  • Doe je onderzoek binnen één klas, team of afdeling? Dan werk je vaak met een clustersteekproef of gemakssteekproef. Je onderzoekt dan een bestaande groep die goed bereikbaar is. Dat is praktisch, maar je moet wel goed uitleggen wat dit betekent voor de reikwijdte van je resultaten.
  • Wil je subgroepen met elkaar vergelijken, bijvoorbeeld mannen en vrouwen, eerstejaars en vierdejaars of verschillende afdelingen? Dan kan een gestratificeerde steekproef geschikt zijn. Je zorgt er dan voor dat de belangrijke subgroepen voldoende vertegenwoordigd zijn in je onderzoek.
  • Bij verkennend kwalitatief onderzoek werk je vaak met een selecte steekproef. Je kiest dan respondenten die je kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in ervaringen, betekenissen, behoeften of knelpunten.

Bij een hbo-scriptie is een perfecte aselecte steekproef vaak niet haalbaar. Dat is niet automatisch een probleem. Belangrijk is vooral dat je eerlijk uitlegt waarom je voor jouw steekproefmethode kiest en welke beperkingen dat heeft. Zo laat je zien dat je methodisch bewust en kritisch werkt.

Hulp nodig met je steekproef of onderzoeksmethode?

Loop je vast met je steekproef? Bijvoorbeeld omdat je niet weet wie je moet onderzoeken, hoeveel respondenten je nodig hebt of hoe je jouw steekproef moet verantwoorden in je methodehoofdstuk?

Bij Jouw Scriptiecoach kijken we met je mee naar je onderzoeksvraag, populatie, steekproefmethode, dataverzameling en analyse. Zo weet je beter wie je moet benaderen, hoe je jouw keuze onderbouwt en welke beperkingen je eerlijk moet benoemen.

Vraag een gratis en vrijblijvend adviesgesprek aan. Dan kijken we samen waar je vastloopt en hoe je jouw onderzoek sterker maakt.

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...