Terug naar scriptietips

25 juni 2026

Deskresearch doen voor je scriptie

Moet je deskresearch doen voor je scriptie, maar weet je niet goed waar je moet beginnen? Dan ben je zeker niet de enige. Veel studenten openen Google, typen een paar zoekwoorden in en hopen dat er bruikbare bronnen verschijnen.

Soms werkt dat. Maar vaak eindig je met te veel informatie, te weinig betrouwbare bronnen of artikelen die eigenlijk niet goed aansluiten op je onderzoeksvraag.

Deskresearch vraagt dus om meer dan “even online zoeken”. Je hebt een zoekstrategie nodig. Je moet weten wat je zoekt, waar je zoekt, hoe je zoekt en hoe je beoordeelt of een bron bruikbaar is.

In dit blog lees je wat deskresearch is, hoe je het verschil maakt met literatuuronderzoek en hoe je stap voor stap betrouwbare informatie verzamelt voor je scriptie.

Stappenplan desk research
Dit artikel werd geschreven door:

Linda Hovestad

Wat is deskresearch?

Deskresearch betekent dat je gebruikmaakt van bestaande informatie. Je verzamelt dus gegevens die al beschikbaar zijn, in plaats van zelf nieuwe data te verzamelen.

Denk aan wetenschappelijke artikelen, boeken, rapporten, beleidsstukken, jaarverslagen, databanken, CBS-data, brancheonderzoeken, marktrapporten, websites van organisaties, interne documenten, statistieken of eerdere klanttevredenheidsonderzoeken.

Deskresearch wordt ook wel bureauonderzoek genoemd. Je doet onderzoek met bestaande bronnen, zonder dat je direct respondenten interviewt, observeert of enquêtes afneemt.

Je gebruikt deskresearch bijvoorbeeld om je probleem te onderbouwen, je context te beschrijven, marktinformatie te verzamelen of bestaande kennis over je onderwerp in kaart te brengen.

Werk je nog aan de basis van je onderzoek? Zorg dan dat je eerst onderzoeksopzet goed neerzet. .

Deskresearch of fieldresearch: wat is het verschil?

Bij deskresearch gebruik je bestaande gegevens. Bij fieldresearch verzamel je zelf nieuwe gegevens.

Bij deskresearch werk je dus met informatie die er al is. Denk aan rapporten, artikelen, cijfers, jaarverslagen, interne documenten of bestaande datasets.

Bij fieldresearch verzamel je zelf nieuwe data in de praktijk. Je neemt bijvoorbeeld interviews af, zet een enquête uit, observeert gedrag of organiseert een focusgroep.

Vaak combineer je beide vormen. Je start bijvoorbeeld met deskresearch om het probleem, de context en bestaande inzichten te begrijpen. Daarna doe je fieldresearch om informatie te verzamelen die nog ontbreekt.

Onderzoek je bijvoorbeeld waarom klanten afhaken op een website? Dan kun je eerst met deskresearch kijken naar websitecijfers, klantfeedback, branche-informatie en concurrenten. Daarna kun je interviews of een enquête gebruiken om te begrijpen waarom klanten afhaken.

Deskresearch of literatuuronderzoek: wat is het verschil?

Deskresearch en literatuuronderzoek lijken op elkaar, maar zijn niet precies hetzelfde.

Bij literatuuronderzoek zoek je vooral naar wetenschappelijke theorie, modellen en eerdere onderzoeksresultaten. Dit gebruik je vaak voor je theoretisch kader.

Bij deskresearch zoek je breder naar bestaande informatie die je onderzoek ondersteunt. Dat kan wetenschappelijke literatuur zijn, maar ook praktijkinformatie, marktdata, beleidsdocumenten, jaarverslagen, statistieken of interne rapporten.

Een voorbeeld: zoek je theorie over klanttevredenheid, dan ben je bezig met literatuuronderzoek. Zoek je CBS-cijfers, marktontwikkelingen, concurrentie-informatie en jaarverslagen, dan doe je deskresearch. Zoek je bestaande onderzoeksrapporten over jouw doelgroep, dan kan dat onder beide vallen. Het hangt vooral af van het doel waarvoor je de bron gebruikt.

Wanneer gebruik je deskresearch in je scriptie?

Deskresearch is handig als je bestaande informatie nodig hebt om je onderzoek te onderbouwen.

Je gebruikt deskresearch bijvoorbeeld voor je aanleiding, probleemanalyse, theoretisch kader, markt- of brancheanalyse, concurrentieanalyse, doelgroepanalyse, interne analyse, externe analyse of beleidsanalyse.

Bij marketing- en bedrijfskundige scripties gebruik je deskresearch vaak voor modellen en analyses zoals DESTEP, concurrentieanalyse, afnemersanalyse, marktanalyse of interne analyse.

Bij zorg-, onderwijs- of social work-scripties kun je deskresearch gebruiken om beleid, richtlijnen, bestaande cijfers, eerdere onderzoeken of maatschappelijke ontwikkelingen in kaart te brengen.

Belangrijk is dat deskresearch altijd een functie heeft. Je zoekt dus niet zomaar informatie, maar verzamelt bronnen die helpen om je hoofdvraag, deelvragen, probleemstelling of context beter te onderbouwen.

Stap 1: Bepaal wat je zoekt

Begin niet met zoeken, maar met nadenken. Welke informatie heb je nodig om je hoofdvraag en deelvragen te beantwoorden?

Kijk eerst naar je onderwerp, probleemstelling, hoofdvraag en deelvragen. Daarin staan vaak de belangrijkste begrippen waarop je moet zoeken.

Onderzoek je bijvoorbeeld klanttevredenheid over online dienstverlening? Dan kun je zoektermen gebruiken als klanttevredenheid, klantbeleving, online dienstverlening, digitale service, customer satisfaction, customer experience en online service.

Gebruik niet alleen Nederlandse termen, maar ook Engelse zoekwoorden. Veel wetenschappelijke en internationale bronnen zijn namelijk Engelstalig. Denk ook aan synoniemen, meervoudsvormen en verwante begrippen.

Een goede zoekstrategie begint dus met een lijst van zoekwoorden. Die lijst kun je tijdens het zoeken steeds verder aanvullen.

Stap 2: Baken je zoekopdracht af

Daarna bepaal je je zoekfilters. Zonder afbakening krijg je snel te veel of juist irrelevante resultaten.

Je kunt je zoekopdracht bijvoorbeeld afbakenen op taal, publicatieperiode, land, sector, doelgroep, type bron of opleidingsniveau. Ook kun je bepalen of je vooral wetenschappelijke bronnen zoekt, praktijkgerichte rapporten of officiële cijfers.

Een voorbeeld van een afgebakende zoekopdracht is: “Ik zoek Nederlandstalige en Engelstalige bronnen over klanttevredenheid bij online dienstverlening, gepubliceerd vanaf 2018, gericht op consumenten in Nederland.”

Zo’n afbakening helpt je om gericht te zoeken. Bovendien kun je later beter uitleggen waarom je bepaalde bronnen wel of niet hebt gebruikt.

Stap 3: Bepaal waar je zoekt

Niet elke bron vind je via Google. Kies daarom informatiebronnen die passen bij je onderwerp.

Voor wetenschappelijke bronnen kun je zoeken via Google Scholar, databanken van je hogeschool of universiteit, HBO Kennisbank, WorldCat, ScienceDirect, SpringerLink, EBSCO of Emerald.

Voor cijfers en praktijkinformatie kun je denken aan CBS StatLine, overheidssites, brancheorganisaties, jaarverslagen, beleidsdocumenten, Kamer van Koophandel, interne documenten van je opdrachtgever, websites van concurrenten, vakbladen en onderzoeksrapporten.

Google kan handig zijn om je te oriënteren, maar vertrouw niet alleen op de eerste zoekresultaten. Voor een scriptie heb je bronnen nodig die betrouwbaar, controleerbaar en passend zijn bij je onderzoek.

Stap 4: Zoek slimmer met zoekoperatoren

Als je zomaar losse woorden intypt, krijg je vaak te veel resultaten. Zoekoperatoren helpen om gerichter te zoeken.

Gebruik AND als beide woorden moeten voorkomen. Bijvoorbeeld: klanttevredenheid AND online dienstverlening.

Gebruik OR als je synoniemen wilt meenemen. Bijvoorbeeld: klanttevredenheid OR klantbeleving OR customer satisfaction.

Gebruik NOT als je bepaalde resultaten wilt uitsluiten. Bijvoorbeeld: customer satisfaction NOT hospitality.

Met aanhalingstekens zoek je op een exacte woordcombinatie, zoals “customer journey” of “online dienstverlening”.

Je kunt zoektermen ook combineren met haakjes. Bijvoorbeeld:

(“customer satisfaction” OR “customer experience”) AND (“online service” OR “digital service”)

In sommige databanken kun je ook een sterretje gebruiken om varianten van een woord te vinden. Zoek je bijvoorbeeld op market*, dan kun je resultaten krijgen zoals market, markets, marketing en marketplace. Let wel op: dit werkt niet in elke databank hetzelfde.

Door zoekoperatoren te gebruiken, zoek je gerichter en voorkom je dat je verdrinkt in irrelevante resultaten.

Stap 5: Beoordeel de kwaliteit van je bronnen

Niet elke bron is geschikt voor je scriptie. Beoordeel daarom kritisch of je een bron kunt gebruiken.

Kijk eerst naar relevantie. Helpt de bron om je hoofdvraag, deelvraag of probleemstelling te beantwoorden? Als een bron interessant is, maar niet bijdraagt aan je onderzoek, kun je die beter weglaten.

Let ook op betrouwbaarheid. Wie is de auteur of uitgever? Is het een wetenschappelijke publicatie, een officiële organisatie, een erkend kennisinstituut of een commerciële partij met een belang?

Daarnaast is actualiteit belangrijk. Voor trends, cijfers, technologie, wetgeving en marktontwikkelingen heb je meestal recente bronnen nodig. Bij klassieke theorieën kan een oudere bron juist nog steeds passend zijn.

Controleer ook of de informatie verifieerbaar is. Bevat de bron verwijzingen, data of een duidelijke methode? Kun je nagaan waar de informatie vandaan komt?

Een goede vuistregel: gebruik niet één losse bron om een belangrijk punt te onderbouwen. Probeer informatie te controleren met meerdere betrouwbare bronnen.

Stap 6: Leg je zoekproces vast

Goed uitgevoerd deskresearch is navolgbaar. Dat betekent dat je moet kunnen uitleggen hoe je hebt gezocht en waarom je bepaalde bronnen hebt gebruikt.

Noteer daarom welke zoektermen je hebt gebruikt, in welke databanken of websites je hebt gezocht, welke filters je hebt toegepast en op welke datum je hebt gezocht. Schrijf ook op welke selectiecriteria je gebruikte en waarom je bepaalde bronnen wel of niet hebt meegenomen.

Dit hoeft niet altijd uitgebreid in je hoofdtekst. Soms kun je je zoekstrategie kort beschrijven in je methodehoofdstuk en de details opnemen in een bijlage. Zeker bij een onderzoeksvoorstel, theoretisch kader of literatuuronderzoek kan dit sterk zijn.

Het vastleggen van je zoekproces helpt ook bij je bronvermelding. Je voorkomt dat je later niet meer weet waar informatie vandaan kwam.

Stap 7: Verfijn je zoekstrategie

Deskresearch verloopt meestal niet in één rechte lijn. Tijdens het zoeken ontdek je vaak nieuwe termen, betere bronnen of andere invalshoeken.

Vind je te weinig relevante bronnen? Gebruik dan bredere zoektermen, synoniemen of Engelse termen. Vind je juist te veel? Maak je zoekopdracht specifieker met extra begrippen, filters of exacte woordcombinaties.

Kom je steeds dezelfde auteurs, modellen of organisaties tegen? Dan kan dat een teken zijn dat je belangrijke bronnen hebt gevonden. Kijk dan ook naar de literatuurlijsten van die bronnen of zoek naar nieuwere publicaties die naar deze bronnen verwijzen.

Zo verbeter je je zoekstrategie stap voor stap. Deskresearch is dus niet alleen zoeken, maar ook bijsturen.

Andere zoekmethoden: sneeuwbal, citaties en parelgroei

Naast zoeken in databanken kun je ook aanvullende zoekmethoden gebruiken.

Bij de sneeuwbalmethode begin je met één goede bron. Daarna kijk je welke bronnen in de literatuurlijst van die bron staan. Zo kom je steeds bij nieuwe bronnen terecht. Let wel op: deze methode brengt je vaak naar oudere bronnen.

Bij de citatiemethode kijk je juist welke nieuwere bronnen naar jouw goede bron verwijzen. Dat kan bijvoorbeeld via Google Scholar. Deze methode helpt je om recentere artikelen te vinden.

Bij de parelgroeimethode gebruik je een goede bron om nieuwe zoektermen te ontdekken. Die termen voeg je toe aan je zoekstrategie, waarna je opnieuw gaat zoeken.

Deze methoden zijn vooral handig als je al één sterke bron hebt gevonden, maar nog verder wilt zoeken naar vergelijkbare of recentere informatie.

Waar verwerk je deskresearch in je scriptie?

Waar je deskresearch terugkomt, hangt af van het doel waarvoor je de informatie gebruikt.

Gebruik je deskresearch om je probleem te onderbouwen? Dan verwerk je de informatie vaak in je inleiding of probleemanalyse.

Gebruik je deskresearch om theorieën en modellen te bespreken? Dan hoort dit meestal thuis in je theoretisch kader.

Gebruik je deskresearch voor marktgegevens, concurrentie-informatie, interne documenten of beleidsanalyse? Dan kan dit terugkomen in je context, analyse, resultaten of adviesrapport.

Je zoekstrategie verantwoord je meestal kort in je methodehoofdstuk. Daarin beschrijf je welke soorten bronnen je hebt gebruikt, waar je hebt gezocht en hoe je de kwaliteit van de bronnen hebt beoordeeld.

Hulp nodig bij deskresearch voor je scriptie?

Loop je vast met deskresearch? Bijvoorbeeld omdat je niet weet waar je moet zoeken, welke bronnen betrouwbaar zijn of hoe je de gevonden informatie verwerkt in je scriptie?

Bij Jouw Scriptiecoach kijken we met je mee naar je hoofdvraag, zoekstrategie, theoretisch kader, probleemanalyse en brongebruik. Zo voorkom je dat je blijft hangen in losse informatie en bouw je een onderbouwd verhaal op.

We schrijven je scriptie niet voor je, maar helpen je wel om betere keuzes te maken. Zo weet je waar je moet zoeken, welke bronnen bruikbaar zijn en hoe je deskresearch logisch verwerkt in je scriptie.

Vraag gerust een gratis adviesgesprek aan. Dan kijken we samen waar je vastloopt en wat nodig is om verder te komen.

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...