Terug naar scriptietips

03 juli 2026

Fieldresearch in je scriptie

Zo kies je het juiste onderzoeksinstrument voor jouw veldonderzoek

Als je onderzoek doet voor je scriptie, kun je gebruikmaken van bestaande informatie, maar je kunt ook zelf data verzamelen. Dat laatste noemen we fieldresearch of veldonderzoek.

Bij fieldresearch ga je zelf de praktijk in. Je spreekt respondenten, observeert gedrag, verspreidt een enquête of test een oplossing bij je doelgroep. Je verzamelt dus nieuwe gegevens die specifiek aansluiten op jouw onderzoeksvraag.

Veel studenten weten wel dat ze “iets met interviews” of “een enquête” willen doen, maar twijfelen welk instrument het beste past. Kies je voor interviews, een focusgroep, observaties of toch een vragenlijst? En hoe onderbouw je die keuze in je methodologie?

In dit artikel leggen we uit wat fieldresearch is, welke instrumenten je kunt inzetten en hoe je bepaalt welke methode past bij jouw scriptie.

Fieldresearch doen voor je scriptie Ontdek hoe je primaire data verzamelt met interviews enquêtes observaties of focusgroepen inclusief stappenplan
Dit artikel werd geschreven door:

Mathilde van Rossum

Wat is fieldresearch?

Fieldresearch betekent dat je zelf nieuwe data verzamelt in de praktijk. Deze data noem je ook wel primaire data. Je gebruikt dus geen informatie die al door anderen is verzameld, maar haalt zelf gegevens op bij je doelgroep, organisatie of onderzoekssituatie.

Voorbeelden van fieldresearch zijn:

  • interviews afnemen;
  • enquêtes verspreiden;
  • observaties uitvoeren;
  • een focusgroep organiseren;
  • een test of pilot uitvoeren;
  • een experiment doen;
  • gebruikersfeedback verzamelen;
  • klantgesprekken analyseren;
  • metingen uitvoeren in de praktijk.

Het doel van fieldresearch is om informatie te verzamelen die je nodig hebt om je hoofdvraag en deelvragen te beantwoorden.

Een voorbeeld: Je onderzoekt waarom studenten weinig gebruikmaken van studiebegeleiding. Bestaande literatuur kan je helpen om het onderwerp beter te begrijpen, maar je weet dan nog niet waarom jouw doelgroep geen begeleiding aanvraagt. Door interviews of een enquête af te nemen onder studenten, verzamel je data uit de praktijk. Dat is fieldresearch.

Fieldresearch en deskresearch: wat is het verschil?

Het verschil tussen fieldresearch en deskresearch zit vooral in het soort data dat je gebruikt.

Bij deskresearch werk je met bestaande informatie. Je verzamelt dus gegevens die al beschikbaar zijn, bijvoorbeeld uit wetenschappelijke artikelen, rapporten, beleidsdocumenten, cijfers van het CBS, jaarverslagen of interne documenten van een organisatie. Dit wordt ook wel secundaire data genoemd. Deskresearch gebruik je vaak om achtergrondinformatie, theorie, context of bestaande inzichten te verzamelen.

Bij fieldresearch verzamel je zelf nieuwe informatie. Je gaat de praktijk in om gegevens op te halen die nog niet beschikbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan interviews, enquêtes, observaties of focusgroepen. Dit wordt ook wel primaire data genoemd. Fieldresearch is vooral geschikt als je informatie nodig hebt van je doelgroep, opdrachtgever of praktijkcontext.

Beide vormen hebben hun eigen voordeel. Deskresearch is vaak relatief snel en toegankelijk, omdat je gebruikmaakt van informatie die er al is. Het nadeel is dat bestaande bronnen niet altijd precies aansluiten op jouw situatie of onderzoeksvraag.

Fieldresearch kost meestal meer tijd en voorbereiding, omdat je zelf respondenten moet vinden, vragen moet opstellen en data moet verzamelen. Daar staat tegenover dat de informatie vaak specifieker aansluit op jouw onderzoek. Je haalt namelijk gegevens op die direct passen bij jouw onderzoeksvraag en praktijk.

Heb je vooral hulp nodig bij het verzamelen en analyseren van bestaande bronnen? Lees dan de aparte blog over deskresearch uitvoeren.

Deze pagina gaat verder over fieldresearch: het zelf verzamelen van data in de praktijk.

Wanneer kies je voor fieldresearch?

Je kiest voor fieldresearch als bestaande informatie niet genoeg is om je onderzoeksvraag te beantwoorden.

Fieldresearch is bijvoorbeeld geschikt als je wilt weten:

  • hoe jouw doelgroep iets ervaart;
  • waarom mensen bepaald gedrag vertonen;
  • welke behoeften klanten, medewerkers of studenten hebben;
  • hoe vaak een probleem voorkomt binnen een specifieke groep;
  • hoe een proces in de praktijk verloopt;
  • wat gebruikers vinden van een product, dienst of beroepsproduct;
  • welke knelpunten er zijn binnen een organisatie;
  • of een oplossing werkt in de praktijk.

Een voorbeeld:

Als je wilt weten wat er in de literatuur bekend is over werkdruk in de zorg, gebruik je deskresearch. Maar als je wilt weten hoe verpleegkundigen op afdeling X hun werkdruk ervaren, heb je fieldresearch nodig.

Is fieldresearch kwalitatief of kwantitatief?

Fieldresearch kan zowel kwalitatief als kwantitatief zijn. Het hangt vooral af van je onderzoeksvraag en van het instrument dat je gebruikt.

Kies je voor kwalitatief fieldresearch, dan wil je meestal ervaringen, meningen, behoeften of betekenissen beter begrijpen. Je gaat dan de diepte in en verzamelt informatie die helpt verklaren waarom iets gebeurt of hoe mensen iets ervaren. Passende instrumenten zijn bijvoorbeeld interviews, focusgroepen of open observaties.

Kies je voor kwantitatief fieldresearch, dan wil je juist iets meten, vergelijken of toetsen. Je verzamelt dan gegevens die je kunt omzetten in cijfers. Denk bijvoorbeeld aan enquêtes, gestructureerde observaties of experimenten. Deze aanpak past goed als je wilt weten hoe vaak iets voorkomt, hoe groot een verschil is of of er een verband bestaat tussen variabelen.

Soms heb je cijfers én verdieping nodig. Dan kun je kiezen voor mixed methods. Je combineert dan bijvoorbeeld een enquête met interviews, of een observatie met een vragenlijst. Zo meet je niet alleen wat er gebeurt, maar kun je ook beter begrijpen waarom dat gebeurt.

Kort gezegd: wil je begrijpen waarom iets gebeurt? Dan past kwalitatief fieldresearch vaak goed. Wil je meten hoe vaak iets voorkomt of onderzoeken of er een verband is? Dan kies je eerder voor kwantitatief fieldresearch.

Welke instrumenten kun je inzetten bij fieldresearch?

Bij fieldresearch kies je een onderzoeksinstrument waarmee je data verzamelt. Dat instrument moet passen bij je hoofdvraag, deelvragen, doelgroep en planning.

Hieronder bespreken we de belangrijkste instrumenten.

1. Interviews

Een interview is geschikt als je diepgaande informatie wilt verzamelen. Je stelt vragen aan respondenten en kunt doorvragen op hun antwoorden.

Interviews passen vooral goed bij kwalitatief onderzoek. Je gebruikt ze bijvoorbeeld als je wilt weten hoe mensen iets ervaren, waarom zij bepaald gedrag vertonen of welke knelpunten zij tegenkomen.

Wanneer kies je voor interviews?

Interviews zijn handig als je:

  • ervaringen of meningen wilt begrijpen;
  • een onderwerp wilt verkennen;
  • wilt doorvragen op persoonlijke situaties;
  • inzicht wilt krijgen in achterliggende oorzaken;
  • werkt met een kleine groep respondenten.

Voorbeeld

Je onderzoekt waarom medewerkers moeite hebben met een nieuw registratiesysteem. Met interviews kun je achterhalen welke onderdelen onduidelijk zijn, welke frustraties medewerkers ervaren en wat zij nodig hebben om beter met het systeem te werken.

Welk instrument gebruik je?

Bij interviews gebruik je meestal een topiclijst of interviewleidraad. Daarin zet je de onderwerpen en vragen die je wilt bespreken. Bij semigestructureerde interviews heb je vaste onderwerpen, maar kun je ook doorvragen.

Let hierop

Zorg dat je vragen open zijn. Vraag dus niet: “Vind je het systeem onduidelijk?”

Maar liever: “Hoe ervaar je het werken met het nieuwe systeem?”

Zo geef je respondenten ruimte om hun eigen ervaring toe te lichten.

2. Enquêtes

Een enquête is geschikt als je data wilt verzamelen bij een grotere groep respondenten. Je gebruikt meestal gesloten vragen, stellingen of antwoordschalen.

Enquêtes passen vooral goed bij kwantitatief onderzoek. Je kunt de resultaten verwerken in percentages, gemiddelden, tabellen en grafieken.

Wanneer kies je voor een enquête?

Een enquête is handig als je:

  • iets wilt meten;
  • veel respondenten wilt bereiken;
  • meningen of gedrag in kaart wilt brengen;
  • groepen wilt vergelijken;
  • verbanden wilt onderzoeken;
  • resultaten cijfermatig wilt presenteren.

Voorbeeld

Je onderzoekt de tevredenheid van studenten over online begeleiding. Met een enquête kun je meten hoeveel studenten tevreden zijn, welke onderdelen zij goed beoordelen en op welke punten verbetering nodig is.

Welk instrument gebruik je?

Bij een enquête gebruik je een vragenlijst. Deze kan bestaan uit:

  • meerkeuzevragen;
  • schaalvragen;
  • Likertschalen;
  • ja/nee-vragen;
  • rangorde-vragen;
  • enkele open vragen.
Let hierop

Een enquête lijkt snel, maar de voorbereiding kost tijd. Je moet goede vragen formuleren, antwoordopties logisch opbouwen en zorgen dat je genoeg respondenten krijgt. Als je maar weinig reacties ontvangt, kun je vaak weinig met je cijfers.

3. Observaties

Bij observaties kijk je naar gedrag, situaties of processen in de praktijk. Je verzamelt data door te observeren wat er gebeurt, in plaats van alleen te vragen wat mensen vinden.

Observaties kunnen kwalitatief of kwantitatief zijn.

Bij een kwalitatieve observatie beschrijf je wat je ziet. Bij een kwantitatieve observatie tel je bijvoorbeeld hoe vaak bepaald gedrag voorkomt.

Wanneer kies je voor observaties?

Observaties zijn handig als je:

  • gedrag in de praktijk wilt onderzoeken;
  • wilt zien wat mensen daadwerkelijk doen;
  • processen wilt analyseren;
  • interacties wilt bestuderen;
  • niet alleen wilt vertrouwen op wat respondenten zeggen.

Voorbeeld

Je onderzoekt hoe medewerkers omgaan met klanten aan de balie. In interviews kunnen medewerkers vertellen hoe zij denken dat ze klanten helpen. Met observaties zie je hoe dit in de praktijk gebeurt.

Welk instrument gebruik je?

Bij observaties gebruik je meestal een observatieschema. Daarin leg je vast:

  • wat je observeert;
  • wanneer je observeert;
  • welke gedragingen of situaties je noteert;
  • hoe je waarnemingen vastlegt;
  • of je open of gestructureerd observeert.
Let hierop

Bedenk vooraf goed wat je gaat observeren. Als je zonder plan gaat kijken, verzamel je al snel losse indrukken waar je later moeilijk conclusies uit kunt trekken.

4. Focusgroepen

Een focusgroep is een groepsgesprek met meerdere deelnemers. Je bespreekt een onderwerp, probleem, product of idee en kijkt hoe deelnemers daarop reageren.

Focusgroepen worden vaak gebruikt bij kwalitatief onderzoek. Het voordeel is dat deelnemers op elkaar reageren. Daardoor krijg je soms inzichten die in individuele interviews minder snel naar voren komen.

Wanneer kies je voor een focusgroep?

Een focusgroep is handig als je:

  • verschillende perspectieven wilt verzamelen;
  • een nieuw idee, product of beroepsproduct wilt bespreken;
  • wilt onderzoeken hoe een groep over een onderwerp denkt;
  • snel meerdere respondenten tegelijk wilt spreken;
  • interactie tussen deelnemers waardevol vindt.

Voorbeeld

Je ontwikkelt een nieuw onboardingdocument voor medewerkers. In een focusgroep kun je met nieuwe medewerkers bespreken of het document duidelijk, bruikbaar en compleet is.

Welk instrument gebruik je?

Bij een focusgroep gebruik je een gespreksleidraad. Daarin zet je:

  • introductievragen;
  • hoofdonderwerpen;
  • discussievragen;
  • eventuele opdrachten of stellingen;
  • afsluitende vragen.
Let hierop

Een focusgroep vraagt goede gespreksleiding. Sommige deelnemers praten veel, anderen blijven stil. Jij moet zorgen dat iedereen voldoende ruimte krijgt.

5. Tests, pilots en gebruikersfeedback

Bij praktijkgerichte scripties, ontwerpgericht onderzoek of beroepsproducten test je soms een oplossing in de praktijk. Je verzamelt dan feedback van gebruikers of betrokkenen.

Dit kan bijvoorbeeld bij:

  • een prototype;
  • handleiding;
  • adviesrapport;
  • training;
  • communicatieplan;
  • app;
  • website;
  • lesmateriaal;
  • werkwijze;
  • beleidsvoorstel.

Wanneer kies je voor een test of pilot?

Een test of pilot is handig als je wilt weten:

  • of je oplossing bruikbaar is;
  • of gebruikers begrijpen wat ze moeten doen;
  • welke verbeterpunten er zijn;
  • of een ontwerp aansluit bij de doelgroep;
  • hoe een product in de praktijk wordt ervaren.

Voorbeeld

Je maakt een informatiebrochure voor patiënten. Door de brochure te testen bij een kleine groep patiënten, ontdek je of de tekst begrijpelijk is en welke informatie nog ontbreekt.

Welk instrument gebruik je?

Je kunt verschillende instrumenten combineren, zoals:

  • testformulier;
  • evaluatieformulier;
  • observatieschema;
  • korte vragenlijst;
  • feedbackinterview;
  • usability-test.
Let hierop

Maak vooraf duidelijk wat je precies wilt testen. Test je de inhoud, begrijpelijkheid, gebruiksvriendelijkheid, vormgeving of toepasbaarheid? Zonder duidelijke focus krijg je vaak te algemene feedback.

6. Experimenten

Een experiment gebruik je als je wilt onderzoeken of een bepaalde factor effect heeft op een andere factor. Dit komt vooral voor bij toetsend of kwantitatief onderzoek.

Wanneer kies je voor een experiment?

Een experiment is handig als je:

  • een effect wilt meten;
  • groepen wilt vergelijken;
  • een interventie wilt testen;
  • wilt onderzoeken of verandering A invloed heeft op uitkomst B.

Voorbeeld

Je onderzoekt of een korte instructievideo ervoor zorgt dat studenten minder fouten maken bij het invullen van een formulier. De ene groep krijgt de video wel te zien, de andere groep niet. Daarna vergelijk je de resultaten.

Welk instrument gebruik je?

Bij een experiment gebruik je vaak:

  • meetinstrumenten;
  • vragenlijsten;
  • scoreformulieren;
  • voor- en nametingen;
  • controlegroepen;
  • observatieschema’s.
Let hierop

Een experiment moet zorgvuldig worden opgezet. Denk goed na over de onderzoeksgroepen, omstandigheden, meetmomenten en mogelijke verstorende factoren.

Welk fieldresearch-instrument past bij jouw onderzoeksvraag?

Twijfel je welk fieldresearch-instrument past bij jouw onderzoeksvraag? Begin dan altijd bij wat je precies wilt onderzoeken. Je hoofdvraag bepaalt namelijk welk instrument logisch is.

  • Wil je weten hoe mensen iets ervaren? Dan zijn interviews vaak een goede keuze. Daarmee kun je doorvragen en beter begrijpen wat iemand denkt, voelt of meemaakt.
  • Wil je onderzoeken waarom een probleem ontstaat? Dan passen interviews of een focusgroep vaak goed. Je krijgt dan meer inzicht in meningen, ervaringen, oorzaken en achterliggende verklaringen.
  • Wil je weten hoe vaak iets voorkomt? Dan ligt een enquête meer voor de hand. Daarmee kun je gegevens verzamelen bij een grotere groep en de uitkomsten omzetten in cijfers.
  • Wil je onderzoeken of er een verband bestaat tussen twee of meer variabelen? Dan kun je denken aan een enquête of experiment. Deze instrumenten passen vooral bij kwantitatief onderzoek.
  • Wil je zien hoe mensen zich gedragen? Dan is observatie vaak geschikt. Je kijkt dan niet alleen naar wat mensen zeggen, maar vooral naar wat ze daadwerkelijk doen.
  • Wil je onderzoeken hoe een proces verloopt? Dan kun je gebruikmaken van observaties of interviews. Met observaties zie je wat er in de praktijk gebeurt, terwijl interviews helpen om keuzes, ervaringen en knelpunten beter te begrijpen.
  • Wil je weten wat gebruikers vinden van een beroepsproduct? Dan kun je denken aan een test, pilot, feedbackinterview of enquête. Zo verzamel je gerichte feedback op bijvoorbeeld een handleiding, training, adviesrapport, app, protocol of ander beroepsproduct.
  • Wil je achterhalen welke behoeften een doelgroep heeft? Dan passen interviews, een focusgroep of een enquête vaak goed. Interviews en focusgroepen geven verdieping, terwijl een enquête handig is als je behoeften bij een grotere groep wilt meten.
  • Wil je onderzoeken of een oplossing werkt? Dan kun je kiezen voor een pilot, experiment of evaluatieformulier. Daarmee kijk je of jouw aanpak, interventie of beroepsproduct in de praktijk het gewenste effect heeft.
  • Wil je ontdekken welke thema’s belangrijk zijn? Dan zijn interviews of een focusgroep vaak geschikt. Deze instrumenten helpen je om patronen, terugkerende onderwerpen en belangrijke aandachtspunten naar boven te halen.

Kort gezegd: een vraag die begint met “hoe ervaren…” vraagt meestal om interviews. Een vraag die begint met “in hoeverre…” vraagt vaak om een enquête of statistische analyse. Een vraag die gaat over zichtbaar gedrag past juist vaak goed bij observaties.

Je hoeft dus niet te beginnen bij het instrument. Begin bij je hoofdvraag. Als duidelijk is wat je wilt weten, wordt ook duidelijker welk fieldresearch-instrument daarbij past.

Fieldresearch combineren met deskresearch

Hoewel deze pagina over fieldresearch gaat, staat veldonderzoek meestal niet los van deskresearch.

Vaak begin je met deskresearch om:

  • theorieën en modellen te vinden;
  • bestaande kennis over je onderwerp te verzamelen;
  • begrippen te definiëren;
  • je probleem beter te begrijpen;
  • je interviewvragen of enquêtevragen te onderbouwen;
  • je resultaten later te vergelijken met bestaande literatuur.

Daarna gebruik je fieldresearch om nieuwe data te verzamelen in jouw specifieke context.

Een voorbeeld:

Je onderzoekt werkdruk onder jonge verpleegkundigen. Eerst gebruik je deskresearch om te achterhalen wat in de literatuur bekend is over werkdruk. Daarna voer je interviews uit met verpleegkundigen binnen jouw stageorganisatie. Zo combineer je bestaande kennis met nieuwe praktijkdata.

Hoe voer je fieldresearch uit? Stappenplan

Stap 1: Begin met je onderzoeksvraag

Kijk eerst goed naar je hoofdvraag en deelvragen. Wat moet je precies weten om deze te beantwoorden?

Wil je begrijpen, meten, observeren of testen? Je antwoord bepaalt welk instrument past.

Stap 2: Kies je type onderzoek

Bepaal of je fieldresearch kwalitatief, kwantitatief of mixed methods is.

  • Kwalitatief: je zoekt verdieping.
  • Kwantitatief: je wilt meten.
  • Mixed methods: je wilt beide combineren.

Stap 3: Kies je instrument

Kies het instrument dat past bij je vraag:

  • interviews voor diepgang;
  • enquêtes voor cijfers;
  • observaties voor gedrag;
  • focusgroepen voor groepsperspectieven;
  • tests of pilots voor beroepsproducten;
  • experimenten voor effecten.

Stap 4: Bepaal je doelgroep en steekproef

Wie moet je onderzoeken? Denk aan studenten, klanten, medewerkers, patiënten, docenten, managers of gebruikers.

Beschrijf ook hoe je respondenten selecteert. Doe je dit willekeurig, doelgericht, via je opdrachtgever of op basis van beschikbaarheid?

Stap 5: Ontwikkel je onderzoeksinstrument

Maak je topiclijst, vragenlijst, observatieschema, testformulier of gespreksleidraad.

Zorg dat je instrument aansluit op je deelvragen. Elk onderdeel moet een functie hebben. Stel dus geen vragen “omdat ze interessant zijn”, maar omdat ze helpen om je onderzoeksvraag te beantwoorden.

Stap 6: Test je instrument

Doe bij voorkeur een kleine proef. Laat iemand je vragenlijst invullen of oefen een interview. Zo ontdek je of vragen onduidelijk zijn of antwoordopties ontbreken.

Stap 7: Verzamel je data

Voer je interviews, enquête, observaties of test uit. Zorg dat je zorgvuldig werkt en je data veilig opslaat.

Denk ook aan toestemming van deelnemers, anonimiteit en privacy.

Stap 8: Analyseer je data

Bij interviews en focusgroepen ga je vaak coderen. Bij enquêtes werk je met tabellen, percentages of statistische analyses. Bij observaties analyseer je patronen, gedrag of frequenties.

Stap 9: Verwerk je resultaten

Beschrijf je resultaten helder en koppel ze aan je deelvragen. Laat zien wat je data betekenen, zonder alvast te veel te concluderen.

Stap 10: Verantwoord je keuzes in je methodologie

Leg uit waarom je fieldresearch hebt gedaan, welk instrument je hebt gekozen, wie je hebt onderzocht en hoe je de data hebt geanalyseerd.

Hoe beschrijf je fieldresearch in je methodologie?

In je methodologie beschrijf je precies hoe je fieldresearch is uitgevoerd. Je beoordelaar wil kunnen volgen wat je hebt gedaan en waarom.

Neem in ieder geval op:

  • waarom fieldresearch nodig was;
  • welk instrument je hebt gekozen;
  • waarom dit instrument past bij je onderzoeksvraag;
  • wie je respondenten of onderzoekseenheden zijn;
  • hoe je respondenten hebt geselecteerd;
  • hoe je je instrument hebt ontwikkeld;
  • hoe je data hebt verzameld;
  • hoe je data hebt geanalyseerd;
  • hoe je betrouwbaarheid en validiteit hebt gewaarborgd;
  • welke beperkingen je onderzoek heeft.

Voorbeeld bij interviews

“Voor dit onderzoek is fieldresearch uitgevoerd in de vorm van semigestructureerde interviews. Deze methode is gekozen omdat het onderzoek gericht is op het begrijpen van ervaringen en knelpunten van medewerkers. Door gebruik te maken van een topiclijst was er ruimte om vaste thema’s te bespreken en tegelijkertijd door te vragen op individuele ervaringen.”

Voorbeeld bij een enquête

“Voor dit onderzoek is fieldresearch uitgevoerd door middel van een online enquête. Deze methode is gekozen omdat het doel was om de tevredenheid van een grotere groep respondenten in kaart te brengen. De vragenlijst bestond uit gesloten vragen en stellingen, zodat de resultaten kwantitatief konden worden geanalyseerd.”

Voorbeeld bij observaties

“Voor dit onderzoek is gekozen voor observaties, omdat het doel was om inzicht te krijgen in het daadwerkelijke gedrag van medewerkers tijdens klantcontact. Met behulp van een observatieschema is vastgelegd welke handelingen, interacties en knelpunten tijdens het proces zichtbaar waren.”

Betrouwbaarheid en validiteit bij fieldresearch

Fieldresearch is sterk omdat je data verzamelt die specifiek aansluiten op jouw onderzoek. Maar dat betekent niet automatisch dat je onderzoek betrouwbaar en valide is.

Je moet goed kunnen uitleggen hoe je de kwaliteit van je onderzoek hebt bewaakt.

Betrouwbaarheid

Betrouwbaarheid gaat over de zorgvuldigheid en herhaalbaarheid van je onderzoek.

Je verhoogt de betrouwbaarheid bijvoorbeeld door:

  • een duidelijke topiclijst te gebruiken;
  • je vragenlijst vooraf te testen;
  • een observatieschema op te stellen;
  • interviews op dezelfde manier af te nemen;
  • je data systematisch te analyseren;
  • keuzes goed te documenteren;
  • respondenten op dezelfde manier te informeren.

Validiteit

Validiteit gaat over de vraag of je meet of onderzoekt wat je wilt onderzoeken.

Je verhoogt de validiteit bijvoorbeeld door:

  • vragen te koppelen aan je deelvragen;
  • vakliteratuur te gebruiken bij het opstellen van je instrument;
  • onduidelijke of sturende vragen te vermijden;
  • de juiste doelgroep te kiezen;
  • voldoende respondenten te verzamelen;
  • je resultaten kritisch te interpreteren;
  • eventueel meerdere instrumenten te combineren.

Een voorbeeld:

Als je klanttevredenheid wilt meten, moet je vragenlijst ook echt klanttevredenheid meten. Vraag je vooral naar algemene communicatie of prijsbeleving, dan meet je misschien iets anders dan je bedoelde.

Hulp nodig bij je fieldresearch?

Fieldresearch kan je scriptie veel sterker maken, omdat je zelf data verzamelt die precies aansluiten op jouw onderzoeksvraag. Maar het vraagt ook om goede keuzes. Welk instrument kies je? Hoe stel je goede interviewvragen of enquêtevragen op? Hoeveel respondenten heb je nodig? En hoe leg je dit goed uit in je methodologie?

Bij Jouw Scriptiecoach kijken we met je mee naar je onderzoeksvraag, methode, instrumenten, steekproef en analyse. Zo voorkom je dat je later vastloopt met data waar je weinig mee kunt.

Tijdens een gratis en vrijblijvend adviesgesprek bekijken we waar je nu staat, waar je op vastloopt en welke begeleiding jou verder kan helpen. Zo weet je snel welke stappen nodig zijn om weer grip te krijgen op je scriptie.

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...