Terug naar scriptietips

30 juni 2026

Conceptueel model maken voor je scriptie: zo pak je het aan

Moet je een conceptueel model maken voor je scriptie, maar heb je geen idee waar je moet beginnen? Veel studenten lopen vast zodra ze hun onderzoeksvraag, theorie en variabelen moeten vertalen naar één overzichtelijk schema.

Toch hoeft een conceptueel model niet ingewikkeld te zijn. Zie het vooral als een visuele samenvatting van je onderzoek. Je laat in één figuur zien welke begrippen of variabelen centraal staan en welke relaties je verwacht te onderzoeken. Daarmee geef je jezelf én je lezer direct houvast.

In dit artikel leggen we uit wat een conceptueel model is, wanneer je het gebruikt en hoe je stap voor stap een sterk model maakt voor je scriptie.

Tips voor het opstellen van een helder conceptueel model
Dit artikel werd geschreven door:

Linda Hovestad

Wat is een conceptueel model?

Een conceptueel model is een schematische weergave van de verwachte relaties tussen de belangrijkste variabelen in je onderzoek. Vaak gaat het om een oorzaak-gevolgrelatie: je verwacht bijvoorbeeld dat de ene variabele invloed heeft op de andere.

Een eenvoudig voorbeeld:

Studietijd → tentamencijfer

In dit voorbeeld verwacht je dat het aantal uren studeren invloed heeft op het tentamencijfer. De studietijd is dan de onafhankelijke variabele en het tentamencijfer de afhankelijke variabele.

Een conceptueel model wordt ook wel een conceptueel kader, conceptual framework of onderzoeksmodel genoemd. De termen worden niet altijd precies hetzelfde gebruikt, maar in veel scripties bedoelt men hiermee hetzelfde: een visueel overzicht van de kern van je onderzoek.

“Een conceptueel model bouw je meestal op vanuit je theoretisch kader, waarin je de belangrijkste begrippen, theorieën en onderlinge verbanden onderbouwt.”

Waarom is een conceptueel model belangrijk?

Een goed conceptueel model helpt je om scherp te krijgen wat je precies onderzoekt. Dat is belangrijk, omdat veel scripties vastlopen door een te brede onderzoeksvraag, te veel losse begrippen of een theoretisch kader zonder duidelijke rode draad.

Met een conceptueel model kun je controleren of:

je onderzoeksvraag logisch is opgebouwd;
je variabelen goed bij elkaar passen;
je theoretisch kader aansluit op je methode;
je hypotheses of verwachtingen duidelijk zijn;
je analyse straks uitvoerbaar is.

Kort gezegd: je conceptueel model dwingt je om keuzes te maken. En juist die keuzes zorgen voor structuur in je scriptie.

Zorg daarom dat je hoofdvraag en deelvragen helder zijn voordat je het model uitwerkt.

Wanneer gebruik je een conceptueel model?

Een conceptueel model wordt vooral gebruikt bij toetsend onderzoek. Je hebt dan vooraf een verwachting over een verband tussen variabelen en die verwachting ga je onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan kwantitatief onderzoek waarin je hypotheses toetst.

Toch kan een conceptueel model ook nuttig zijn bij kwalitatief of exploratief onderzoek. Dan werk je vaak niet met strak afgebakende variabelen, maar met bredere concepten. Het model helpt dan vooral om te laten zien welke onderwerpen, begrippen of relaties je wilt verkennen.

Vraag jezelf dus af:

Wil ik een verband, verschil of effect onderzoeken?
Dan is een conceptueel model meestal handig.

Wil ik vooral een situatie beschrijven?
Dan is een conceptueel model niet altijd nodig, maar kan het soms wel overzicht geven.

Beschrijf in je methodologie hoe je de verbanden uit je conceptueel model gaat onderzoeken en welke data je daarvoor verzamelt.

Twijfel je? Kijk dan goed naar de eisen van je opleiding en naar de feedback van je begeleider.

Welke onderdelen staan in een conceptueel model?

Een conceptueel model bestaat meestal uit blokken, pijlen en soms lijnen. In de blokken staan je variabelen of concepten. De pijlen geven aan welke richting het verwachte verband heeft.

Onafhankelijke variabele

De onafhankelijke variabele is de variabele waarvan je verwacht dat deze invloed heeft op iets anders. Dit is vaak de “oorzaak” in je model.

Voorbeeld: 
werkdruk

Afhankelijke variabele

De afhankelijke variabele is de uitkomst die je wilt verklaren. Deze variabele wordt volgens jouw verwachting beïnvloed door de onafhankelijke variabele.

Voorbeeld: 
burn-outklachten

Je model kan er dan zo uitzien als het model hieronder. 

Conceptueel model voorbeeld

Modererende variabele

Een modererende variabele beïnvloedt de sterkte of richting van de relatie tussen twee variabelen. Met andere woorden: het effect is niet voor iedereen of in elke situatie hetzelfde.

Voorbeeld:

Werkdruk → burn-outklachten
met sociale steun als modererende variabele.

Je onderzoekt dan bijvoorbeeld of werkdruk minder sterk samenhangt met burn-outklachten wanneer iemand veel sociale steun ervaart.

Je model kan er dan zo uitzien als het model hieronder. 

Voorbeeld conceptueel model modererende variabele

Mediërende variabele

Een mediërende variabele verklaart hoe of waarom een bepaalde relatie ontstaat. De onafhankelijke variabele heeft dan invloed op de mediator, en de mediator heeft vervolgens invloed op de afhankelijke variabele.

Voorbeeld:

Werkdruk → slaapkwaliteit → burn-outklachten

Je onderzoekt dan of werkdruk leidt tot slechter slapen, en of dat vervolgens zorgt voor meer burn-outklachten.

Je model kan er dan zo uitzien als het model hieronder. 

Voorbeeld conceptueel model

Controlevariabelen

Controlevariabelen zijn variabelen die mogelijk ook invloed hebben op je afhankelijke variabele, maar die niet centraal staan in je onderzoek. Denk aan leeftijd, geslacht, opleidingsniveau of werkervaring.

Je neemt controlevariabelen op om te voorkomen dat je een verband verkeerd interpreteert.

Conceptueel model maken: stappenplan

Stap 1: Begin bij je onderzoeksvraag

Je conceptueel model moet altijd aansluiten op je hoofdvraag. Begin daarom niet met tekenen, maar met lezen.

Stel dat je onderzoeksvraag is:

In hoeverre beïnvloedt werkdruk de werktevredenheid van hbo-docenten?

Dan zie je waarschijnlijk al twee kernvariabelen:

Werkdruk
Werktevredenheid

Je eerste model is dan:

Werkdruk → werktevredenheid

Stap 2: Haal je variabelen uit je theoretisch kader

Een veelgemaakte fout is dat studenten zelf variabelen bedenken zonder deze goed te onderbouwen. Je conceptueel model moet voortkomen uit je literatuuronderzoek.

Vraag jezelf af:

Welke begrippen komen steeds terug in de literatuur?
Welke theorieën verklaren het verband tussen deze begrippen?
Welke variabelen worden in eerdere onderzoeken gebruikt?
Welke relatie verwacht ik op basis van de literatuur?

Als je theoretisch kader nog niet scherp is, wordt je conceptueel model meestal ook vaag. Werk je theorie dus eerst voldoende uit voordat je je definitieve model maakt.

Stap 3: Bepaal de richting van de relaties

Een pijl in je conceptueel model betekent niet zomaar “deze dingen hebben iets met elkaar te maken”. Een pijl geeft richting aan.

Dus:

A → B betekent: A beïnvloedt B.

Als je alleen een samenhang verwacht, maar geen duidelijke oorzaak-gevolgrelatie kunt onderbouwen, kun je beter geen causale pijl gebruiken. Dan kun je eventueel een lijn gebruiken of in de tekst uitleggen dat je een verband onderzoekt zonder causale claim.

Wees hier zorgvuldig mee. Een beoordelaar kijkt vaak kritisch of je pijlen logisch aansluiten bij je onderzoeksvraag, theorie en methode.

Stap 4: Voeg mediatoren of moderatoren alleen toe als ze echt nodig zijn

Een conceptueel model wordt niet automatisch beter door er meer variabelen in te zetten. Sterker nog: te veel variabelen maken je model vaak onduidelijk.

Voeg een mediator of moderator alleen toe als:

de literatuur hier aanleiding voor geeft;
je onderzoeksvraag of hypotheses hierop aansluiten;
je deze variabele ook echt gaat meten of onderzoeken;
je analyse past bij dit type verband.

Kun je een variabele niet goed uitleggen of meten? Dan hoort deze waarschijnlijk niet in je model.

Stap 5: Maak het model visueel eenvoudig

Een conceptueel model hoeft geen kunstwerk te zijn. Het moet vooral duidelijk zijn.

Gebruik:

rechthoeken of blokken voor variabelen;
pijlen voor verwachte effecten;
korte labels;
een logische leesrichting, bijvoorbeeld van links naar rechts;
een duidelijke figuurtitel.

Vermijd lange zinnen in je model. Zet uitgebreide uitleg liever in de tekst onder de figuur.

Voorbeeld van een eenvoudige formulering:

Figuur 1 toont het conceptueel model van dit onderzoek. In dit model wordt verwacht dat werkdruk een negatieve invloed heeft op werktevredenheid. Sociale steun wordt meegenomen als modererende variabele, omdat uit de literatuur blijkt dat sociale steun de relatie tussen werkdruk en werktevredenheid kan verzwakken.

Stap 6: Controleer of je model past bij je methode

Je conceptueel model moet niet alleen inhoudelijk kloppen, maar ook uitvoerbaar zijn.

Controleer daarom:

Kun je alle variabelen meten of onderzoeken?
Past je methode bij je model?
Kun je de relaties analyseren met je gekozen analyse?
Sluiten je interviewvragen, enquêtevragen of topiclijst aan op het model?
Kun je je hypotheses koppelen aan de pijlen in het model?

Als je bijvoorbeeld een moderator opneemt, moet je ook weten hoe je een moderatie-effect gaat toetsen of kwalitatief gaat onderbouwen. Anders ziet je model er interessant uit, maar kun je er in je analyse weinig mee.

Waar plaats je het conceptueel model in je scriptie?

Waar je het conceptueel model plaatst, hangt af van de eisen van je opleiding. Vaak zie je het model aan het einde van het theoretisch kader. Dat is logisch, omdat je eerst de theorie bespreekt en daarna laat zien welke relaties je op basis daarvan verwacht.

Soms wordt het model al in de inleiding of in het plan van aanpak geplaatst. Dat kan vooral handig zijn als je de lezer vroeg overzicht wilt geven.

Een praktische vuistregel:

Bij een plan van aanpak of onderzoeksvoorstel plaats je het model vaak na je onderzoeksvraag en deelvragen.
Bij een volledige scriptie plaats je het model meestal aan het einde van je theoretisch kader.
Bij een uitgebreid model kun je de figuur in de bijlage zetten en in de hoofdtekst uitleggen.

Volg hierbij altijd de richtlijnen van je opleiding.

Veelgemaakte fouten bij een conceptueel model

Veel studenten maken ongeveer dezelfde fouten bij het opstellen van hun conceptueel model. Let vooral op deze punten:

Je model is niet gebaseerd op literatuur

Een conceptueel model moet geen verzameling losse ideeën zijn. Onderbouw je variabelen en verbanden met theorie.

Je gebruikt te veel variabelen

Een model met tien blokken en vijftien pijlen lijkt misschien volledig, maar is vaak juist onduidelijk. Houd het behapbaar.

Je pijlen kloppen niet

Een pijl geeft richting aan. Gebruik dus alleen pijlen als je ook echt een invloed of effect verwacht.

Je model sluit niet aan op je hoofdvraag

Alles in je model moet terug te leiden zijn naar je onderzoeksvraag, deelvragen of hypotheses.

Je onderzoekt niet wat je tekent

Als een variabele in je model staat, moet je deze ook meenemen in je methode en analyse.

Welke programma’s kun je gebruiken?

Je kunt een conceptueel model maken in verschillende programma’s. Kies vooral een programma waarmee je netjes en eenvoudig kunt werken.

Veelgebruikte opties zijn:

  • Microsoft Word
  • Microsoft PowerPoint
  • Canva
  • Lucidchart
  • Draw.io
  • Microsoft Visio

Voor de meeste scripties is PowerPoint of Word al voldoende. Zorg vooral dat je model strak, leesbaar en consistent is vormgegeven.

Hulp nodig bij je conceptueel model?

Loop je vast bij je conceptueel model? Dan zit het probleem vaak niet alleen in het tekenen van het schema. Meestal zit de echte uitdaging in het scherp krijgen van je onderzoeksvraag, variabelen, hypotheses of theoretisch kader.

Bij Jouw Scriptiecoach helpen we je om structuur aan te brengen in je onderzoek. We kijken met je mee naar de rode draad, de onderbouwing van je variabelen en de manier waarop je conceptueel model aansluit op je methode en analyse.

Zo krijg je weer overzicht en weet je precies welke stappen je moet zetten om verder te komen met je scriptie. Plan direct een gratis adviesgesprek en wij nemen contact met je op. 

Gratis vrijblijvend adviesgesprek

Loop je ergens tegenaan bij je scriptie? In een gratis en vrijblijvend adviesgesprek krijg je direct duidelijkheid waar het misgaat en hoe Jouw Scriptiecoach je daarbij kan helpen. Je krijgt een inschatting van de uren die we daarvoor nodig hebt, zodat je direct weet waar je aan toe bent. Kies je dan voor onze scriptiebegeleiding, dan neemt jouw scriptiebegeleider meestal op de dag van betaling contact met je op en kun je snel verder. Vraag hieronder direct jouw gratis vrijblijvend adviesgesprek aan.

Je ontvangt een mail om een afspraak in te plannen. Heb je de mail niet ontvangen? Check dan even je spambox.

Loading...