04 oktober 2018

Tips bij het schrijven van je onderzoeksvoorstel voor je scriptie

Voordat je kunt beginnen met je scriptie wil de opleiding graag vooraf een onderzoeksvoorstel of research proposal ontvangen. Hierin beschrijf je wat je gaat onderzoeken en hoe je dit gaat doen. Een onderzoeksvoorstel kun je zien als de rode draad van het onderzoek dat je gaat uitvoeren, je kadert hiermee direct de richting van je scriptie af. Een goed geschreven onderzoeksvoorstel geeft je focus aan en bakent meteen je hoofd- en deelvragen goed af.

Wat zet je in je onderzoeksvoorstel?

Wat je in je onderzoeksvoorstel zet verschilt per opleiding. Ik geef wat tips die je hierbij kunt gebruiken, maar check ook goed de eisen van je opleiding. Vaak hebben opleidingen ook een handleiding waarin zowel het onderzoeksvoorstel of plan van aanpak als de scriptie worden beschreven. Lees deze dus goed door en markeer meteen de belangrijkste eisen in het document. Je onderzoeksvoorstel bevat in ieder geval de literatuur die je gaat toepassen, de onderzoeksvragen waar je antwoord op gaat geven, de methode van onderzoek en de belangrijkste bronnen die je gaat gebruiken bij het schrijven van je scriptie. Hieronder volgen een aantal tips om je onderzoeksvoorstel te schrijven.

Tip 1: Zorg altijd voor een afgebakende onderzoeksvraag

Als je als hbo-student een scriptie gaat schrijven is het belangrijk dat je jouw onderzoeksvraag afbakent. Het gaat erom dat je kijkt welk inzicht er mist of welke kennis ontbreekt binnen de organisatie, waardoor deze nu niet in staat is zijn/haar probleem op te lossen. Heel vaak weet je opdrachtgever ook niet waarom dit zo belangrijk is. Deze wil gewoon een concreet plan of advies ontvangen. Dat betekent doorvragen, doorvragen en doorvragen om de vraag achter de vraag te achterhalen. Wij weten inmiddels uit ervaring dat er altijd wel een achterliggende reden te vinden is dat je als haakje kunt gebruiken om je onderzoeksvraag af te bakenen.

Tip 2: Noem de aanleiding en analyseer het ‘probleem’ in de inleiding

Wij ervaren dat veel studenten vaak al vastlopen op de inleiding. Het is de bedoeling dat je hier al trechtert vanuit een korte omschrijving van de organisatie naar de aanleiding en dat je vervolgens in de probleemanalyse (of contextanalyse) een analyse laat zien van de huidige situatie vanuit de interne en externe context.

Als je het probleem in kaart gaat brengen begin je vaak met de interne probleemanalyse; wat is het probleem en wat doet de organisatie nu op dit moment? Zorg dat je zoveel mogelijk verkennend onderzoek doet en zorg ook dat je al deze gesprekken opneemt en je bronnen noteert.

Tip 3: Gebruik het 6W-model van Ferrell

Met behulp van het 6W-model van Ferrell kun je vaak waardevolle informatie verzamelen door je opdrachtgever de volgende vragen te stellen:

  • Wat is het probleem?
  • Wie heeft het probleem? (Wie zijn de stakeholders in het proces?)
  • Wanneer is het probleem ontstaan? (Sinds wanneer speelt dit probleem?)
  • Waarom is het een probleem? (Dit is een heel belangrijke vraag! Wat merkt jouw opdrachtgever momenteel van het probleem? Lopen de inschrijvingen terug? Is er een hoog ziekteverzuim en geeft dit druk op de andere werknemers?)
  • Waar doet het probleem zich voor? (Dit is je scope; heeft je probleem betrekking op een bepaalde afdeling of speelt het probleem binnen de hele organisatie?)
  • Wat is de aanleiding van het probleem? (Ook dit is een belangrijke vraag. Probeer te achterhalen bij je opdrachtgever hoe het probleem ontstaan is. Is er bijvoorbeeld meer concurrentie? Wat zijn de redenen van het probleem?)

Tip 4: Gebruik relevante en actuele bronnen en informatie

In je externe probleemanalyse raadpleeg je zoveel mogelijk externe bronnen die je kunt gebruiken om je probleem te onderbouwen. Het is belangrijk dat je de trend laat zien. Je raadpleegt daarvoor rapporten en externe databases om te kijken wat de omgeving doet. Noteer alle bronnen die je gebruikt en vergeet je bronvermeldingen ook niet.

Stel je opdrachtgever heeft als probleem dat het aantal inschrijvingen voor een bepaald blad al jaar op jaar teruglopen en dat daardoor de continuïteit van de organisatie in gevaar komt. Je kunt er dan in de externe probleemanalyse erachter komen dat de bedreiging vooral komt van het online kanaal waardoor veel nieuws gratis op internet te vinden is. De toegevoegde waarde van het magazine is dan nihil.

Als vanuit de interne probleemanalyse blijkt dat je opdrachtgever nog niets met deze ontwikkeling heeft gedaan en het verdienmodel niet heeft aangepast, kun je direct de vinger op de zere plek leggen. De externe context versterkt altijd je probleem.

Tip 5: Zorg dat je onderzoeksdoel logisch voortkomt uit de probleemanalyse

Vanuit je probleemanalyse kom je tot het onderzoeksdoel. Welk inzicht ga je jouw opdrachtgever geven om in te spelen op zijn/haar probleem? Of: welke kennis mist nu binnen de organisatie en ga je achterhalen met jouw onderzoek?

Tip 6: Met de literatuur geef je aan welke theorie je gebruikt in je onderzoek.

Na je inleiding ga je verder met de literatuur en theorie die je gaat gebruiken. Zorg dat je altijd relevante bronnen gebruikt die liefst zo actueel mogelijk zijn. Gebruik de database van je opleiding of ga naar de bibliotheek. Je hoofd- en deelvragen komen voort uit je theoretische verkenning. Verder moet je in je theoretische verkenning ook onderbouwen waarom je deze theorie en literatuur gebruikt. Hierbij is een relatie met de aanleiding en probleemanalyse essentieel.

In je theoretisch kader of literatuuronderzoek benoem je welke theorieën je gaat toepassen om antwoord te geven op je onderzoeksvraag. Stel, je gaat een marketingcommunicatieplan schrijven, dan zul je in je theoretisch kader verschillende theorieën beschrijven over communicatie, strategie en ook de modellen die je gaat toepassen. Meestal is het de bedoeling dat je meerdere theorieën en modellen onderzoekt en een keuze maakt voor de theorie en modellen die je daadwerkelijk gaat gebruiken in je onderzoek. Je moet dus goed beargumenteren waarom je model X wel kiest en model Y niet. Ook moet je aangeven hoe je het model gaat gebruiken, je legt hierbij de link met de aanleiding en de probleemstelling van je onderzoek.

Tip 7: Zorg dat je onderzoeksvraag en deelvragen aansluiten bij je probleemanalyse en theorie

Vanuit je theoretisch kader en de modellen die je gaat gebruiken kun je jouw hoofdvraag en deelvragen opstellen. Je hebt een bepaalde aanleiding of probleemstelling, daar leg je de link mee in je hoofdvraag. Vervolgens heb je meerdere deelvragen (maar let op: ga niet te gedetailleerd en beperk je tot 3 a 5 deelvragen) die helpen om de hoofdvraag te beantwoorden.

Tip: Bij je hoofdvraag los je nooit het commerciële probleem op van de organisatie, maar altijd de kennisvraag. Stel jezelf dus de vraag welke kennis bij jouw opdrachtgever mist om zijn/haar probleem op te lossen.

Tip 8: Beschrijf welke methoden je kiest en onderbouw je keuzes

In de methodologie van je onderzoeksvoorstel beschrijf je wat voor onderzoek je gaat uitvoeren. Maak hierbij een helder onderscheid tussen primair onderzoek (je praktijkonderzoek, veel studenten kiezen hier voor kwantitatief of kwalitatief onderzoek) en secundair onderzoek (literatuuronderzoek, desk research e.d.). Beschrijf bij het primaire onderzoek ook helder welk type onderzoek je gaat uitvoeren en onderbouw je keuze. Veel studenten beschrijven dat ze bijvoorbeeld enquêtes gaan uitvoeren, maar waarom kies je voor deze vorm, wie is je onderzoekspopulatie en respondenten en waarom deze?

Tip 9: Zorg dat je je bronvermeldingen juist verwerkt

Ook in je onderzoeksvoorstel moet je, als je gebruikmaakt van externe bronnen, altijd op de juiste manier naar deze bronnen verwijzen. Veel hogescholen en universiteiten hanteren de richtlijnen die de American Psychological Association (APA) heeft opgesteld. Je dient zowel in de tekst correct naar bronnen te verwijzen als in de literatuurlijst.

Meer informatie over de APA stijl voor het aanbrengen van bronnen? Lees dan ons volgende artikel: 

Tips bij het maken van APA-verwijzingen

Scribbr biedt een handige APA generator aan waarmee je jouw bronvermeldingen op de juiste wijze kunt verwerken.

Hulp bij je onderzoeksvoorstel?

Onze scriptiebegeleiders helpen je met de meest uiteenlopende onderzoeksvraagstukken en natuurlijk bij het schrijven van je onderzoeksvoorstel. En we helpen je als je gaat beginnen en graag wilt sparren over je onderwerp en de richting van je onderzoek. Daarnaast helpen we je ook als je al meerdere keren feedback hebt gekregen op je onderzoeksvoorstel. We kijken dan naar de feedback en kunnen bijvoorbeeld in het document direct aangeven waar je jouw onderzoeksvoorstel op kunt verbeteren. Als je aan het begin van het traject bijstuurt zorgt dat ervoor dat je later niet verzandt en ook direct focus aanbrengt in je onderzoek. Meestal ben je dan ook met een paar uur goed op weg geholpen.

Vraag hieronder direct je adviesgesprek aan en hoor hoe we jou kunnen helpen of ga naar Hulp bij onderzoeksvoorstel.

Over Jouw Scriptiecoach

Bij Jouw Scriptiecoach vind je scriptiebegeleiding voor alle denkbare opleidingen. In Nederland en Vlaanderen staan onze scriptiebegeleiders voor je klaar voor hulp op locatie of online. Voor leerproblemen of een functiebeperking (zoals bijvoorbeeld autisme) hebben we gespecialiseerde scriptiebegeleiders in huis. Loop je ergens tegenaan bij het schrijven van je scriptie, neem dan onderaan deze pagina contact op voor een gratis en vrijblijvend adviesgesprek.

Meer weten? Ga direct naar:

Dit bericht werd geschreven door:

Linda Hovestad

Linda Hovestad

Linda Hovestad is een ervaren scriptiebegeleider die zowel HBO, Master en universitaire studenten kan helpen bij hun onderzoeksvoorstel, plan van aanpak, het schrijven van een scriptie of een herkansing. Daarnaast is Linda de oprichtster en eigenaresse van Jouw Scriptiecoach. Naast Jouw Scriptiecoach heeft Linda haar eigen marketingadviesbureau. Voor verschillende opdrachtgevers voert Linda marketingopdrachten uit zoals…

Lees verder...